Nieuws
936096
Nieuws

ZOMER 2014

Blauwalg: ongezond voor dieren en zwemmers

Als de warmte in de zomer een aantal dagen aanhoudt, kan de blauwalg zich explosief vermeerderen. Dat is ongezond voor dieren en zwemmers en kan zelfs levensgevaarlijk zijn. Wat is blauwalg en hoe gevaarlijk is het?

Blauwalg komt het hele jaar door voor in plassen, sloten, vijvers en meren. Als er groen-blauwe vlokken of drab in het water te zien is, kun je er van uitgaan dat er blauwalg aanwezig is in een ziekmakende concentratie.

Blauwalgen (ook wel cyanobacteriën genoemd) zijn microscopisch kleine organismen die overal ter wereld voorkomen, zowel in zoet als in zout water en op de waterbodem.

Drijvend aan het wateroppervlak vormen ze een laag die op olie lijkt. Als de laag dikker wordt en de algen minder ruimte hebben, sterven ze af. Blauwalg vormt dan een groenachtige, stinkende brei. Bij het afsterven produceert blauwalg toxische stoffen, die schadelijk kunnen zijn voor mens en dier. Overmatige groei van blauwalgen is een teken dat het niet goed gaat met de waterkwaliteit en de natuur die daarvan afhankelijk is.

De bacterie kan in de warmte met behulp van zuurstof goed gedijen en zich in de zomer flink vermeerderen. De bacterie heeft warmte en relatief windstil weer nodig omdat anders het zuurstofarme diepe water vermengd wordt met het zuurstofrijke water aan de oppervlakte. 

De stervende bacterien scheiden giftige stoffen af en dat gebeurt in hoge concentraties in de drijflagen die te herkennen zijn aan de blauwachtige vlokken die in het troebele water zweven. Niet alle blauwalg gifstoffen zijn voor de mens gevaarlijk. er zijn er ook die vooral dieren (honden, vissen, eenden) ziek kunnen maken. 

Het bestrijden van blauwalgen is lastig. Effectief voor het zwemwater voor de deur is het het rondpompen en mengen van diep en ondiep water.

Zwemmen in water met blauwalg ledit soms na een paar dagen tot huidirritatie. Drinken van water met blauwalg geeft vaak koorts, misselijkheid, braken en diarree. De verschijnselen houden ongeveer vijf dagen aan en verdwijnen meestal vanzelf. Voor mensen en dieren met een verzwakt afweersysteem kan besmetting echter dodelijk zijn.

Bron:

Rijkswaterstaat

nrc.nl