Nieuws/Binnenland

Navarra: pelgrims en stieren

Van smaragdgroene bergen tot witgele woestijnlandschappen en onhergberzame kloven als die van Arbayún of Lumbier. Weg van de gebaande Camino-paden biedt 'pelgrimsstreek' Navarra vele onontdekte pareltjes. En natuurlijk de San Ferminfeesten die deze week Pamplona 'wakker schudden'.

,,Je suis François, le François!” De met alpinopet getooide rasoptimist uit Perpignan is drie weken onderweg naar Santiago de Compostella als we hem, met zijn trouwe ezel, tegengekomen in de heuvels van Roncesvalles, de eerste stop voor Compostellagangers in Spanje. De 65-jarige grappenmaker is een van de vele pelgrims die zich voegen in de voetsporen van de honderdduizenden (of misschien wel meer) voorgangers voor hen.

Om loutering te zoeken, of een sportieve prestatie neer te zetten. En soms ook om zichzelf of anderen beter te leren kennen. Zoals de vriendinnen Carla (50) uit Hoorn en José (51) uit Medemblik. Wanneer ze hun laatste heuvel van de dag beklimmen, zijn ze moe, maar vooral tevreden. De afgelopen dagen liepen ze ruim twintig kilometer per dag. „Niet zo massaal als de Vierdaagse”, zegt Carla. „Veel mensen doen de Camino om iets een plekje te geven. Bijvoorbeeld kanker, of een scheiding.”

Bergschoenen onder binden

Dat laatste was voor haar reden om met José de bergschoenen onder te binden. Samen eindigen ze hun etappe in het zicht van het immense kloostergebouw van Roncesvalles, gebouwd met de donaties van gearriveerde pelgrims, die uit dankbaarheid voor de zorg van de monniken hen hun aardse bezittingen schonken. Een ritueel van meer recente oorsprong vindt plaats op het officieuze eindpunt van de bedevaartsroute in de kustplaats Finisterre, waar pelgrims hun kleren verbranden om een compleet nieuwe start te maken.

Hoewel het graf van de heilige Sint Jakob de echte reisbestemming is, beperkt onze reis zich tot de autonome regio Navarra. In de bergen van dit voormalige koninkrijk werkte vijfvoudig Tourwinnaar Miguel Indurain zich op tot groot kampioen. Hij woont nog steeds in Pamplona, de slaperige provinciehoofdstad die elk jaar wereldnieuws is tijdens de San Fermín-feesten (dit jaar van 6 - 14 juli).

Een week lang worden elke ochtend zes jonge stieren door de stad gejaagd, met voor en achter hen duizenden jongemannen bij wie een paar minuten lang de adrenaline door de aderen stroomt. Vaak vallen er gewonden, soms doden, maar de stieren overleven het nooit. Hun einddoel is de arena, waar hen het zwaard wacht. Een jonge Ernest Hemingway dronk zich hier een stuk in de kraag en gebruikte zijn ervaringen voor de roman En de zon gaat op. Er is een straatje naar hem vernoemd, je vindt zijn buste voor de arena, en de kamer in het hotel waar hij verbleef kost tijdens de feestweek duizenden euro’s.

Anarchistische lieden

 

Vanaf de fontein van St. Cecilia op een van de pleinen van de stad springen volgende week weer – vooral – buitenlandse, dronken waaghalzen naar beneden. De rest van het jaar is het plein overdag het domein van anarchistische lieden die met een fles bier in de hand hun alternatieve imago koesteren. Maar na een laat diner, eindigend na middernacht, met door de motregen gladde glimmende klinkers, is Pamplona ook hier uitgestorven. Een groter contrast met de woeste stierenrennen kan er niet zijn.

De route met het symbool van de sint-jakobsschelp als de immer aanwezige wegwijzer voert niet langs Olite, een stadje van 3500 inwoners, vooral om zijn 15e-eeuwse kasteel bekend, en dan met name de torenspits. Koning Carlos III hield er giraffen en leeuwen, maar een videofilmpje maakte het kasteel wereldberoemd.

Poolse toeristen filmden een Vlaamse burgemeester die daar tussen de kantelen de liefde bedreef en op het internet werd het filmpje een hit. Gids en kasteelbeheerder Javier Adot kan de affaire smakelijk navertellen. „Dat is het spannendste wat hier de afgelopen zeshonderd jaar gebeurd is”, gniffelt hij.

Stressniveau verlagen

Wie naar Navarra afreist, zoekt zeker de natuur op. Dat weten Spaanse toeristen uit de grote stad, die de rust opzoeken om hun stressniveau naar beneden te brengen. Buitenlanders moeten de fabuleuze natuurlandschappen, in vruchtbaarheid variërend van smaragdgroene bergen tot witgele woestijnlandschappen nog ontdekken. De soms Tirools aandoende huizen en het alom aanwezige vee met koebellen om geven de streek soms een gemoedelijk tintje, maar grillig is ze ook.

Zoals de kloof van Arbayún, die nog onherbergzamer lijkt door de vale gieren die eroverheen cirkelen. Een pauzerende wielrenner slaat het met ontzag gade. Een stuk toegankelijker is de streek eromheen, de kloof van Lumbier, te verkennen met paard. Gids Patxi, een zongebruinde kalende zestiger met lange grijze paardenstaart, leidt het Nederlandse gezelschap door de groene bergen.

Geef je ogen de kost, let niet op de afgrond, laat de teugels een beetje vieren; de schimmels weten de weg. Alleen het zachte briesen van de viervoeters en het tsjirpen van de krekels verbreken de stilte. Als de paarden op een kleine klaverweide tussen de platanen en cipressen stilhouden, wijst Patxi naar een stenen gebouwtje tussen het groen. „Dit is het oudste klooster van Navarra, 826 na Christus.”

Het zijn pareltjes als deze die Navarra zo bijzonder maken, weg van de gebaande Camino-paden, en nog veel verder van de bekende steden en stranden die Spanje een populair vakantieland maken.

Eten

 

Eenmaal in Navarra pintxos gegeten, stap je in Nederland nooit meer een tapasrestaurant binnen. De fabrieksballetjes en B-kwaliteit chorizo die je hier vaak krijgt, verbleken bij de gastronomische hoogstandjes die je voor een paar euro per stuk op de bar uitdagend aankijken. Denk aan: een crème van zee-egel met gemarineerde algen in eigen schelp of ganzenlever met appelsaus.

Reiswijzer

Met Vueling vlieg je rechtstreeks naar Bilbao. De pelgrimsroute lopen kan in principe het hele jaar door, maar afhankelijk van het traject kun je beter in de lente of herfst de wandelschoenen aantrekken. In de besneeuwde bergen tussen Saint-Jean-Pied-de-Port (Frans Baskenland) en Roncesvalles hebben meerdere wandelaars het leven gelaten, slecht gekleed en onderkoeld. Voor de meeste natuurlocaties in Navarra is eigen vervoer onontbeerlijk.

Drinken

In Navarra vinden ze hun wijn uit de eigen regio zo goed, dat je die in een restaurant of bar standaard krijgt voorgezet. Probeer de moscatel, zoete dessertwijn. In Nederland wordt er vaak op neergekeken, maar na een slok wil je niet anders. En sla Pacharán niet over, de lokale likeur gemaakt van sleebessen. Vergelijkbaar met slivovitsj, maar minder zoet. Stap ook eens sidrería binnen, waar je de cider zelf uit het vat tapt, een heel ritueel.