Nieuws/Binnenland

Vestia-drama vooral klap in kwetsbare wijken

Door alle financiële ellende die ze over zich heeft afgeroepen, kan Vestia alleen nog maar haar huizen onderhouden. De woningcorporatie kan geen echte investeringen meer doen in bijvoorbeeld de kwetsbare wijken van Rotterdam en Den Haag. En dan is het nog niet eens uitgesloten dat Vestia nog een tweede saneringsoperatie moet ondergaan om weer helemaal financieel op orde te komen.

Dat bleek dinsdag uit het verhoor van Daphne Braal, directeur van het Centraal Fonds Volkshuisvesting, door de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties. Die onderzoekt het stelsel van corporaties en de incidenten die daar hebben plaatsgehad. Het verlies van zeker 2 miljard door de financiële capriolen van Vestia was de aanleiding tot die enquête.

Erik Wilders, bestuurder van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, rekende voor dat het de huurders van de 90.000 huizen van Vestia 50 jaar lang 40 euro per maand zou kosten als ze dat bedrag helemaal door huurverhoging moesten opbrengen. Vestia wordt echter financieel gesteund door de andere corporaties. Ook verkoopt Vestia een aantal huizen en neemt ze nog andere saneringsmaatregelen, zoals het sluiten van vestigingen. De werkelijke kosten van de hele transactie om van de derivaten af te komen, de financiële producten waarmee Vestia zo gruwelijk de mist inging, zouden overigens nog wel eens meer dan 2,6 miljard kunnen bedragen, zo klinkt herhaaldelijk.

Wilders, die eerder een hoge ambtenaar was op Financiën, vertelde overigens dat hij al in 2006 of 2007 eens gewaarschuwd had voor avonturen met derivaten: „Hou het simpel” en „Het is zwemmen tussen de haaien”, hield hij de corporatiewereld voor. Hij zou ze zelf nooit verkopen, als hij bankier was. Hij noemde het „ongelofelijk brutaal” dat banken aan sommige derivaten bepalingen meegeven die het toezicht en ingrijpen ook nog eens belemmeren.