Nieuws/Binnenland

Gooise thriller

De bijna dertig jaar oude showbizzmoord op platenproducer Bart van der Laar (36) is allang in de vergetelheid geraakt. De dader werd destijds gepakt en bestraft. Een ronde zaak, lijkt het. Het Cold Case Team van De Telegraaf blies het stof van dit dossier en onderzocht de feiten. Met schokkend resultaat. De moord die de Nederlandse artiestenwereld destijds op zijn grondvesten deed schudden, blijkt allerminst opgelost. De veroordeelde zat vrijwel zeker onschuldig vast en kwam vandaag, precies twintig jaar geleden, weer vrij. Maar de 'echte' moordenaar werd nooit opgespoord. Een terugblik op een bloedbad in 1981.

Badend in een plas bloed werd hij destijds gevonden. Platenproducer Bart van der Laar lag zwaargewond en in coma op de tegelvloer in de keuken van zijn Hilversumse villa, toen zijn secretaresse en huisgenote hem even na lunchtijd aantrof.

Op het oog had het slachtoffer die 10e november in 1981 een hoofdwond opgelopen bij een onfortuinlijke val. Maar in het ziekenhuis bleek dat een .22 kaliber kogel door zijn hoofd was geschoten en dat een tweede, afgeketste kogel in zijn kleding was blijven steken. Van der Laar zou de naam van zijn moordenaar mee het graf innemen. Hij kwam niet meer bij bewustzijn en bezweek drie dagen later aan zijn verwondingen.

De moord ging als een schok door het Gooi. Van der Laar was producer van artiesten als de toenmalige meidengroep Luv', Lenny Kuhr, Linda Williams, Francis Goya en inmiddels wijlen Benny Neyman. Hij had de gemoederen altijd beziggehouden. Volop was er gekletst over zijn wilde feestjes en dure buitenlandse reizen, maar vooral over zijn voorliefde voor jongens, die Van der Laar via escortbureaus liet aantreden. Pal voor zijn dood stond hij in de aandacht omdat het financieel slecht ging met zijn productiemaatschappij en zijn naam aan dubieuze praktijken werd gelinkt. "Bart vander Laar had veel vrienden, maar ook veel vijanden", zei een bekende van hem kort na zijn gewelddadige dood in deze krant.

Jongensprostitué

In januari 1983 arresteerde de Hilversumse politie de toen 23-jarige Martien Hunnik. Een verpleegkundige die als jongensprostitué had gewerkt en ooit met Van der Laar het bed deelde. Hunnik bekende zijn vroegere klant uit jaloezie te hebben omgebracht. Hij kreeg twee jaar cel en tbs en kwam vandaag precies twintig jaar geleden, weer vrij.

Het duurde jaren aleer Hunnik zijn leven weer op de rails had. Inmiddels is hij getrouwd en heeft hij met zijn partner Ivo twee kinderen. Terugkijkend: "Ik zat volop in de ellende; ik was ziek, gebruikte drugs en zware medicijnen en had psychische problemen. Toen de politie me oppakte, ben ik van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat verhoord. 'Als je bekent, krijg je alle psychische hulp die je nodig hebt', zeiden ze."

Hunnik bezweek onder de druk. "Ik kon het niet meer aan. Vertelde de agenten precies wat ze wilden horen. Ik dacht: 'Ze komen er toch wel achter dat ik de dader niet ben'. Want ik heb Van der Laar niet vermoord. Ik heb jaren gezeten voor iets dat ik niet heb gedaan. Nu, na al die tijd, wil ik dat mijn naam wordt gezuiverd en dat ik word vrijgesproken."

Het Cold Case Team van deze krant analyseerde de feiten op grond van beschikbare delen van het dossier. Hunnik was al in 1981 kortstondig bij de recherche in beeld geweest. Ten tijde van het misdrijf was hij in een verpleeghuis in Laren aan het werk. Later die ochtend was hij even vrij om naar het GAK te gaan, tijdstippen die werden bevestigd door een belangrijke getuige. "Martien vertrok om tien uur en was hier rond half twaalf weer terug", zei het toenmalige hoofd van het verpleeghuis in 1981 tegen de politie.

Omdat uit getuigenissen en forensisch onderzoek naar opgedroogd bloed bleek dat de platenproducer veel vroeger - op of voor negen uur - was neergeschoten, sloot de recherche terecht het onderzoek tegen Hunnik. Maar in 1983 kwam hij door vreemd gedrag opnieuw in beeld. Dat Hunnik geen flinter daderkennis had, deerde de politie niet. Tijdens verhoren fluisterden agenten hem simpelweg de 'goede' antwoorden in. Bovendien schoof de politie naar hartelust met tijdstippen in een poging die passend te maken.

Meerkeuzevraag

Uit processen-verbaal blijkt dat de ziekenbroeder zelfs geen idee had wat het slachtoffer aan had. "Ik meen een donkere pantalon", zei hij eerst, terwijl de platenbaas een lichtblauwe kamerjas met pyjamabroek had gedragen. Later vroeg de recherche weer naar de kleding, nota bene met een soort meerkeuzevraag. Hunnikmocht kiezen uit a. ondergoed, b. een pyjama of c. een kostuum. Een verhoortactiek die niets met waarheidsvinding te maken heeft.

Ook over de schietpartij hing de verpleger onzin op. "Ik deed twee stappen terug, richtte de revolver op Van der Laar en schoot", zei hij. Toen werd geïnformeerd hoe het slachtoffer zijn hoofd had gehouden, beweerde Hunnik opeens dat hij zijn ogen sloot tijdens het schot. Op het moment dat hij ze weer opende, zag hij 'ergens aanVan der Laars hoofd bloed'. Waar precies, werd hem niet eens gevraagd.

De verhoorders moeten in de gaten hebben gehad dat de man helemaal niet wist dat de afgeschoten kogel vlak voor Van der Laars rechteroor in de schedel was gedrongen. Maar dat ontlastende feit kwam politie en justitie niet uit. Martien Hunnik móest en zou hangen.

Onmogelijk

Het verhaal over de tweede kogel is nog onwaarschijnlijker. Van der Laar lag op zijn zij op de grond toen hij nogmaals vuurde, zei Hunnik. Totaal onmogelijk gezien de verwondingen. De kogel is recht op het slachtoffer afgeschoten, ketste af en liet opVan der Laars borst een onderhuidse bloeduitstorting achter.

De lijst met onvolkomenheden is lang. Wellicht het stuitendst is de tijdlijn die de politie bedacht. Volgens de recherche verrichtte Hunnik in de anderhalf uur die hij niet op zijn werk was, een onmogelijke reeks handelingen. Hij zou om tien uur met een taxi vanLaren naar Hilversum zijn gereden, koffie hebben gedronken en naar het huis van Vander Laar zijn gelopen. Volgens de politie liep Hunnik vervolgens door naar de woningvan een vriend om er tien minuten met diens vriendin te praten en een wapen te halen.

De verpleger zou toen weer zijn teruggelopen en Van der Laar in diens huis hebben neergeschoten. In de tijdlijn van de politie sloeg Hunnik erna in diverse cafés nog vijf borrels achterover en reed hij met een taxi terug naar Laren om er rond half twaalf weer aan het werk te gaan. Als recherche en OM een reconstructie hadden gehouden, was meteen gebleken dat hier geen hout van klopt. Drie decennia later ging het Cold Case Team van De Telegraaf alsnog deze tijdlijn na om niet op anderhalf uur, maar op ruim drie uur uit te komen!

Niet grondig onderzocht

Als Martien Hunnik niet de dader is, is de grote vraag wie Van der Laar wel vermoordde. Opvallend genoeg wijst het dossier in een heel andere richting die bepaald niet grondig werd onderzocht. Een spoor naar de secretaresse en huisgenote met wieVan der Laar een merkwaardige band had. Hoewel de producer homoseksueel was, sliep het duo geregeld bij elkaar. De vrouw verkeerde blijkens het dossier bovendien in de veronderstelling dat zij als erfgenaam in zijn testament stond.

Opmerkelijk zijn haar verklaringen. De secretaresse vertelde dat ze op de dag van de moord om zeven uur was gewekt door Van der Laar, zich daarna douchte, aankleedde en een volle pot koffie zette. Ze dronk een mok zwarte koffie bijna leeg en schonk ook voor haar huisgenoot als altijd een beker zwarte koffie in. Daarna sprak ze nog wat met hem. Juist voor ze om kwart over acht naar haar werk ging, belde een kennis. "Ik zei hem dat Bart nog in bed lag en later zou terugbellen", aldus de vrouw. Waarom? Haar huisgenoot was klaarwakker en had makkelijk aan de telefoon kunnen komen. Tenzij Bart van der Laar op dat moment niet meer in staat was om een telefoongesprek te voeren...

Bij terugkomst in de woning, om tien over één die middag, vond de secretaresse het slachtoffer op de keukenvloer. Verschillende dingen vielen haar op, zei ze. Het licht brandde, de post zat nog in de brievenbus en Van der Laar had zich volgens haar gedoucht omdat de shampoo op een andere plek stond. Ook zei ze de recherche dat het koffiezetapparaat nog aanstond en dat zij de stekker eruit had getrokken. Volgens de secretaresse was zoveel koffie uit het apparaat verdwenen dat Van der Laar bezoek moest hebben gehad. Ze wees de agenten tevens op een potje melkpoeder op het aanrecht. Omdat Van der Laar en zij hun koffie zwart dronken, was dat volgens haar nóg een aanwijzing voor bezoek.

Kruitsporen

Maar toen de politie tien minuten na haar alarmtelefoontje arriveerde, was de koffiepot steenkoud en stonden er alleen twee bekers met koude restanten zwarte koffie. Een proef met het apparaat wees bovendien uit dat er onmogelijk zoveel koffie was verdampt, als de secretaresse beweerde. Het is verder niet aannemelijk dat Van der Laar zich douchte. Hij werd gevonden in zijn pyjama waarvan de broek ook nog eens bevuild bleek.

Zette de secretaresse zaken in scène waardoor moest lijken alsof Van der Laar nog iemand in huis had ontvangen? Kennelijk vertrouwde de politie haar verklaringen destijds evenmin. Zo werd zij onderworpen aan onderzoek naar kruitsporen op haar handen. Maar de recherche maakte een kardinale fout. Dit onderzoek moet binnen zes uur na de schietpartij gebeuren en vond pas acht tot elf uur later plaats. Dat er geen kruitslijm op de handen van de secretaresse zat, zegt daarom niets.

Bril

Saillant is verder dat een van haar brillen in beslag werd genomen en werd onderzocht omdat een gaatje in het rechterglas zat. De onderzoeksresultaten werden nooit bekend. Toch gaat het ook hier om een mogelijk spoor. Van der Laar werd volgens de onderzoekers vermoedelijk neergeschoten met een omgebouwde gasalarmrevolver. Kennelijk functioneerde het wapen na het eerste schot niet goed meer, want de tweede kogel bleef in zijn kleding hangen. Een verklaring kan zijn dat de gasdruk niet meer op de juiste wijze werd afgevoerd, iets dat vaker gebeurt bij dit soort omgebouwde wapens. De schutter heeft daarom mogelijk verwondingen of schade opgelopen. Een gaatje in een bril, bijvoorbeeld.

Bijna dertig jaar na dato zegt de toenmalige secretaresse nu in reactie zich weinig meer van de details te herinneren. "De moord op Bart en de aanblik van zijn lichaam blijft me altijd bij. Ik ben ervan overtuigd dat hij iemand binnenliet die hem ombracht. Dat Hunnik de dader is, heb ik ook altijd betwijfeld. Maar ik ben het evenmin, al zag de politie me lang als verdachte. 'Beken nou maar', zeiden ze zelfs in de verhoren. Ongelooflijk dat dit na al die tijd weer gaat spelen. Ik moet er niet aan denken dat dit dossier weer opengaat en ik weer moet worden gehoord."