Nieuws/Binnenland

Review: Strider (PlayStation 4)

Iedereen die in het begin van de jaren '90 een Sega Mega Drive bezat, kent Strider. Het was dé game om te hebben voor deze spelcomputer en zag er - voor die tijd - schitterend uit. Nu is er een compleet nieuwe game met deze titel. Bouwt de game op nostalgie of is er toch iets meer aan de hand?

Even een korte geschiedenisles. Strider voor de Mega Drive was een port van de arcadeversie. Dit was een simpele 2D actiegame waarin je van links naar rechts rende en talloze vijanden aan stukken hakte met je grote zwaard. Dat element kom je zeker tegen in deze nieuwe Strider-game.

Maar de makers hebben ook gekeken naar klassieke games als Metroid en Castlevania waarbij je terug kunt gaan naar eerdere delen van het spel om daar nieuwe geheimen te vinden als je eenmaal de juiste uitrusting hebt. Deze nieuwe gadgets vind je door simpelweg het verhaal te doorlopen, al kun je van het gebaande pad gaan en extra bonussen zoals een grotere gezondheidsmeter vinden.

Het verhaal heeft bijzonder weinig om het lijf. De speler, in de rol van strider Hiryu, wordt gedropt in Kazhak City met de opdracht 'dood de grootmeester'. Tijdens het spelen worden er een aantal pogingen gedaan om het geheel iets meer om het lijf te geven, maar dat lukt niet echt.

Dat is ook geen probleem, want het draait natuurlijk om de actie. Je begint alleen met een zwaard en je kunt enkel om je heen hakken. Al gauw vind je her en der nieuwe wapens en krachten en voor je het weet, ben je een rennende moordmachine. Het is dan ook jammer dat je die krachten en nieuwe wapens niet zoveel nodig hebt. In de praktijk kun je de meeste vijanden zo verslaan door gewoon heel snel op de hak-knop te drukken. Alleen bij de eindbazen wordt het iets lastiger. Ook hier zijn de meeste prima te verslaan door snel te hakken, maar je maakt het jezelf een stuk makkelijker door ook je speciale krachten af en toe te gebruiken.

Overigens bestuurt de game zeer prettig. Hiryu is erg wendbaar en doet precies wat jij op je controller invoert. Hoewel de gevechten dan ook nogal simpel zijn, zijn ze wel erg bevredigend. 

Helaas mist het verkennen van de spelwereld ook de nodige diepte. Als je alles wilt vinden, zul je inderdaad flink wat heen en weer moeten rennen. Maar als je alleen af en toe een powerup wilt vinden, dan hoef je slechts hier en daar even van de hoofdroute af te wijken.

Al deze kritiek doet het nu voorkomen of ik Strider een slechte game vind, maar dat is echt niet het geval. De vijf uur die ik eraan gespendeerd heb om het einde te halen, waren erg plezierig want de game speelt erg soepel. Het is alleen jammer dat er niet iets meer de diepte is ingegaan.