Nieuws/Binnenland

Juweliersvak zit Borns in de genen

Thuis aan de keukentafel van de familie Born gaat het al drie generaties lang alleen maar over kettingen, horloges en andere juwelen. Het precieze werken zit in de genen ingebakken, ook met aangetrouwde familie uit de bouw en de tuinbouw. Het hart van elke Born is zó vol van 'de zaak' aan de Rotterdamse Kleiweg, dat jongste telg Selina (10) haar ouders regelmatig tot de orde moet roepen: "Zeg ma, kunnen jullie ook eens over iets anders praten?"

Getwijfeld heeft ze wel, Irma Born, toen ze twee jaar geleden moest beslissen of ze de juwelierszaak van haar vader wilde overnemen. Haar dochtertje was nog maar 8 jaar, man Tom had een goede baan in de tuinbouwlogistiek, en alleen kon ze het zeker niet rooien.Maar ja, de zaak waar ze al twintig jaar als goudsmid 'een winkel in een winkel had', "die wilde ik toch niet verloren laten gaan". Uiteindelijk was het Tom die zich opofferde. Hij stortte zich met zijn vrouw in het avontuur en staat nu drie dagen per week in de zaak. De rest van de tijd zorgt hij voor dochter Selina.

Nog steeds komen de klanten van heinde en verre naar Hilligersberg. Het geheim, volgens Wim: "We doen zowel verkoop als reparatie. Dat betekent dat klanten hier terugkomen als hun klokje kapot is. En heel veel vrouwen komen hier van jongs af aan. Dit is de enige plek waar je 'in stereo', van twee kanten tegelijk, gaatjes in je oren kunt laten schieten. Daarvoor komen ze vanuit Antwerpen en Etten-Leur."Bijleren Tom is geen juwelier van huis uit. "Maar waar Irma een vakvrouw is die iets heel moois kan maken voor mensen die in eerste instantie niet verder komen dan 'iets uit de folder', bemoei ik me met de in- en verkoop en met de boekhouding. En elke dag leer ik wat bij over klokken en juwelen."

Dat begon al toen hij als Irma's nieuwe vriendje voor het eerst thuis bij zijn schoonouders kwam, nu een kwart eeuw geleden. "Haar vader repareerde klokken aan huis. Toen die allemaal tegelijk 12 uur sloegen, inclusief de koekoeksklok, dacht ik dat ik doof werd."Doof werd Tom niet, verliefd wel. Toen hij en Irma een jaar samen waren, nam schoonvader Wim de juwelierswinkel van zijn oom over. "Die had zes kinderen, en ik was tevreden met mijn zaak aan huis. Achteraf was dat een goede beslissing."Wim, een geschoold uurwerkmaker, nam de zaak over met zijn vrouw Nel, een bouwvakkersdochter. Ze leerden elkaar kennen toen zij horlogeverkoopster was bij de V&D. Wim: "Ik dacht dat kan nog handig zijn. Zij is wat voorzichtiger met inkopen, ik wilde graag alles tegelijk in de vitrines hebben."

Samen verbouwden Wim en Nel de winkel van oom Mels, 'meer een bruin café dan een juwelierszaak', tot een moderne winkel die volgens sommige Rotterdammers meer aan de Lijnbaan dan in het chique Hilligersberg thuishoorde.Dezelfde rolverdeling die hij met zijn vrouw aanhield, hij vakman en zij verkoopster, ziet Wim bij zijn dochter en schoonzoon. "Maar zij doen het precies andersom. Hij is de commerciële ondersteuning en de voorzichtige factor, zij is als vakvrouw de spil van het bedrijf."Of Selina de zaak gaat overnemen? Niemand die het durft te zeggen. "We gaan haar niet pushen ", zegt Irma. "Maar ze knutselt graag en werkt heel erg precies."

Eenmaal buiten zegt Wim, die vandaag van zijn pensioen mag genieten: "Als Irma de zaak niet had overgenomen, had ik 'm moeten sluiten. Als Selina straks geen juwelenhart blijkt te hebben, gaat de winkel alsnog dicht." Hij kijkt naar de gevel. "Mijn naam hangt er nog. Die moeten ze nou toch eindelijk eens gaan vervangen."