Nieuws/Columns

Peking

In de ban

Wat is de overeenkomst tussen Nijntje, Jip en Janneke, en Pinkeltje? Ze hebben alle drie een inreisverbod voor China gekregen. De kinderhelden komen het land, in ieder geval de rest van het jaar, niet meer in.

De Chinese overheid wil paal en perk stellen aan het aantal buitenlandse kinderboeken. Uitgeverijen hebben dan ook opdracht gekregen alle niet-Chinese lectuur te bannen. Het door de staat opgestelde quotum zou voor dit jaar nu al zijn bereikt. Het is, kortom, een gesloten boek.

Een bittere pil, want in China leven meer dan 220 miljoen kinderen die 14 jaar of jonger zijn. China heeft de grootste kinderboekenmarkt ter wereld, waar jaarlijks tienduizenden boeken in omloop worden gebracht.

Veel ouders willen hun kroost ook juist buitenlandse literatuur laten lezen, omdat ze een internationale kijk op de wereld belangrijk vinden.

Het veto is bedoeld om ’ongewenste westerse waarden’ niet te laten binnendringen in de kwetsbare Chinese kinderziel.

Ik heb even gespit in mijn eigen herinneringen. Van Nijntje (in het Chinees ’Mi Fei’) staan me vooral avonturen bij in de dierentuin en bij bij Opa en Oma Pluis.

Bij Jip en Janneke – Yiyi en Yaya – denk ik meteen aan dat gat in de heg en aan Takkie. Bij Pinkeltje (Xiao Muzhi) krijg ik flashbacks van Zilvertorendorp en Zwartsnoetje.

Allemaal onschuldig leesvoer voor de jongsten, toch? Maar de ideologische beleidsmakers denken daar anders over. Een jaar geleden foeterde een Chinese krant dat de makers van de kinderfilm Zootopia zich schuldig maakten aan ’nauwelijks verhulde propaganda’.

Waarover gaat de Disney-animatie? Over een vrouwelijk konijn en een sluwe vos die samen de verdwijning van roofdieren onderzoeken. De ontvoerders blijken uiteindelijk allemaal schapen te zijn. En die werken - oeps! - allemaal voor de overheid.