Nieuws/Binnenland
957337
Binnenland

Stellingdeelnemers verdeeld over het weren van drugstoeristen

Uitslag Stelling: Geen consistent beleid

Niet alle deelnemers aan de Stelling van de Dag zijn onverdeeld gelukkig met de uitspraak van de Raad van State dat gemeenten terecht geen drugstoeristen meer mogen toelaten. Coffeeshops uit Maastricht en Tilburg procedeerden twee jaar tegen de regel, die bedacht werd door het vorige kabinet. Een krappe meerderheid vindt een toelatingsverbod voor buitenlandse bezoekers geen goed plan.

Het weren van buitenlandse klanten jaagt de straathandel juist weer aan, wat meer criminaliteit met zich meebrengt, is de teneur van de reacties. „Een halfbakken maatregel waar niet over is nagedacht. De straathandelaren zullen wel weer een rondedansje maken”, aldus een respondent. Een ander zegt: „Ik ben tegen iedere vorm van drugsgebruik, maar het achterdeurbeleid en het weren van buitenlanders zijn volledig inconsequent.”

Zero tolerance

Vijfenveertig procent vindt de uitspraak van de Raad van State op zijn best gezegd ’een mooi begin’. „Als inwoner van de grensstreek ervaar ik ernstige overlast van het drugstoerisme. Denk hierbij aan runners, maar ook aan asociaal gedrag van de kopende toeristen.” Liever zou deze respondent een zerotolerancebeleid zien, waarbij geen enkele vorm van drugsgebruik wordt getolereerd. Velen zijn het met hem eens. „Het is diep bedroevend dat we nog steeds gedogen. Keihard alle verdovende middelen verbieden en dat verbod ook handhaven.”

Volgens de Raad van State is het weigeren van buitenlanders een adequaat middel om drugstoerisme te voorkomen en georganiseerde criminaliteit te bestrijden. Bijna 60 procent is het hier niet mee eens. „Als inwoner van Maastricht weet ik dat het de zaak alleen maar erger maakt. De drugstoeristen blijven gewoon komen. Dat trekt drugsrunners aan vanuit het hele land, waardoor de criminaliteit op straat alleen maar zienderogen is toegenomen.” Niet alleen werkt de regel straathandel in de hand, ook is er geen controle meer op de kwaliteit van de drugs, waarschuwen sommigen.

De overgrote meerderheid denkt dat het tot problemen zal leiden als de ene gemeente wel buitenlandse bezoekers toelaat in coffeeshops en de andere gemeente niet. „Voer het dan landelijk in. Hoeveel drugstoeristen zijn er wel niet in Amsterdam? Raar om ze in Limburg te weren en in Amsterdam met open armen te ontvangen. Lijkt me ook een gevalletje van ’oneerlijke concurrentie’ zo…”

Verwaarloosd

Ruim de helft zit niet te wachten op drugstoeristen. „Lekker in je eigen land doen. Oh, dat kan niet? Jammer dan”, sneert er een. Iemand uit Breda ziet ze dagelijks: „Jonge, verwaarloosd uitziende types die alleen geld uitgeven aan drugs en slapen in hun auto. Wat is daar het economische voordeel van?” Anderen hebben er minder moeite mee. „Die buitenlander tankt hier, eet een broodje, betaalt parkeergeld… Laat ze maar lekker komen en hun centen uitgeven.”

Dat burgemeesters van acht Limburgse gemeenten een proefproces willen uitlokken over gereguleerde wietteelt door een vergunning te verlenen voor een hennepkwekerij, vindt 60 procent zo gek nog niet. Zij denken dat de criminaliteit afneemt door regulering. „Mensen weten dat ze in Nederland drugs kunnen krijgen, dus ze komen toch wel. Dan kun je de boel beter in het zicht houden. Reguleer alles, iedereen betaalt belasting: een win-winsituatie.”

Een deelnemer waarschuwt: „Wiet is allang geen softdrug meer. Het is troep.” Maar aan iedere volwassene om zijn eigen keuze te maken, vindt hij. „Dus neem een beslissing: of legaliseer het helemaal, of verbied het en handhaaf dat dan ook. De overheid heeft zichzelf in een onmogelijke spagaat gezet met haar gedoogbeleid.”