Nieuws/Binnenland
957852
Binnenland

Man mogelijk toch dood door politiegeweld

De 22-jarige Ihsan Gürz uit Heemskerk is in juli 2011 mogelijk toch door politiegeweld overleden in een politiecel in IJmuiden. Dit blijkt uit nieuw forensisch onderzoek. Hierin wordt „dringend geadviseerd” een complete contra-expertise op al het onderzoeksmateriaal te laten doen.

Advocaat Arnoud Comans van de familie Gürz zei woensdag het rapport aan het gerechtshof in Amsterdam te zullen geven. Dat onderzoekt of het Openbaar Ministerie (OM) terecht besloot negen agenten en een politiearts niet te vervolgen voor de dood van Gürz.

De nabestaanden van de Heemskerker dienden naar aanleiding van dat besluit een klacht bij het hof in. De familie gelooft niet dat Ihsan Gürz is overleden door een combinatie van cocaïnegebruik en hartfunctiestoornissen. Volgens het OM was dat de doodsoorzaak.

Gürz werd op de dag van zijn overlijden opgepakt in een snackbar in Beverwijk, waar hij zich zeer agressief gedroeg. Hij verzette zich hevig bij zijn aanhouding. Agenten gebruikten geweld tegen hem, namen hem mee en zetten hem vast. Zes uur later was hij dood.

Sectierapport

Het OM vond in het sectierapport geen aanwijzingen dat Gürz door geweld was gestorven. Wel was er cocaïne in zijn bloed gevonden. Bij een tweede autopsie in Turkije vonden artsen juist veel sporen van geweld en geen sporen van cocaïne. Ook constateerden zij dat het hart van Gürz spoorloos was.

In het nieuwe forensische rapport staat dat „er in het sectierapport veel aanwijzingen zijn voor overmatig politiegeweld in de vorm van huidverkleuringen met bloeduitstortingen”. De forensisch arts constateert dat „de patholoog dit echter niet als mogelijke oorzaak noemt” in haar verslag. Hij pleit daarom voor een volledige contra-expertise.

De dood van Ihsan Gürz zorgde in 2011 voor veel beroering in Turkse kringen in Nederland en ophef in de Turkse media, die de Nederlandse politie beschuldigden van racisme. Toenmalig Kamerlid Tofik Dibi (GroenLinks) vroeg minister Opstelten destijds vanwege alle commotie inzage in het rijksrecherche-onderzoek.