Nieuws/Binnenland
963116
Binnenland

Ouderenpartijen al vaker ruziënd uiteen

Nog maar anderhalf jaar na de verkiezingen begint 50PLUS aan zijn derde fractievoorzitter. Eerst moest Henk Krol vertrekken, omdat gebleken was dat hij in zijn vorige baan pensioenpremies van personeelsleden niet had afgedragen. Woensdag zegde het hoofdbestuur van de in 2011 gelanceerde partij het vertrouwen op in Krols opvolger Norbert Klein, omdat die niet meer door één deur bleek te kunnen met zijn enige fractiegenote Martine Baay. Een jaar terug was er binnen het hoofdbestuur zelf overigens ook stevige mot, waarbij diverse bestuursleden het voor gezien hielden.

Het lot lijkt ouderenpartijen in Nederland niet gunstig gezind. Het Algemeen Ouderen Verbond (AOV), dat in 1994 kort na zijn oprichting maar liefst 6 Kamerzetels haalde, viel ook al snel ruziënd uiteen. Zowel in de Tweede Kamerfractie als in de Senaat kregen vertegenwoordigers van deze partij het met elkaar aan de stok. Dat leidde tot afsplitsingen, waarbinnen vervolgens ook weer heibel ontstond.

Het AOV dankte zijn succes aan het dreigement van het CDA, destijds de belangrijkste regeringspartij, om de AOW te bevriezen. Partijleider Jet Nijpels, een schoonzus van oud-VVD-kopstuk Ed, beloofde te gaan knokken voor de belangen van ouderen.

Afscheiding

Maar al na anderhalf jaar botste ze met partijoprichter Marin Batenburg, tevens senator. Batenburg scheidde zich af, maar zijn medesenator Jan Hendriks bleef Nijpels aanvankelijk trouw. Later zou hij overstappen naar het CDA.

In de Tweede Kamerfractie kwam Nijpels in aanvaring met haar fractiegenoten Will Verkerk en Cees van Wingerden. Daarbij zou zelfs fysiek geweld niet zijn geschuwd.

Nijpels scheidde zich met enkele getrouwen af en Verkerk en Van Wingerden gingen verder onder de naam AOV. Kort voor de verkiezingen van 1998 kregen zij overigens ook ruzie met elkaar.

Niet serieus genomen

Er kwam in 1994 nog een tweede ouderenpartij in de Kamer, de Unie 55+. Die kon niet uiteenvallen, want ze bestond maar uit één Kamerlid, Bertus Leerkens, die door de rest van de Kamer niet erg serieus genomen werd.

Geen van de ouderenpartijen of hun afsplitsingen slaagden er in 1998 opnieuw een zetel te halen.