968072
Binnenland

'Afkomst irrelevant bij jeugdcriminaliteit'

Het benoemen en benadrukken van etnische verschillen helpt de aanpak van jeugdcriminaliteit in mindere buurten van grote steden op geen enkele manier. Etniciteit speelt nauwelijks een rol bij de ontwikkeling van crimineel gedrag, foute vrienden spelen juist wel een rol.

Dat blijkt uit een onderzoek onder 680 Rotterdamse jongeren van het Programma Politie en Wetenschap. De resultaten gelden ook voor jongeren uit andere steden, aldus de onderzoekers.

De jongeren zijn van hun 12e tot hun 18e gevolgd. Drie keer is onder meer met enquêtes in beeld gebracht hoe crimineel ze zijn, wie hun vrienden zijn, of ze psychische problemen hebben, wat hun ouders aan de opvoeding doen en wat hun opvattingen zijn.

Uit het onderzoek blijkt dat van de factoren die met jeugdcriminaliteit te maken hebben, de herkomst weinig gewicht in de schaal legt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat van huis uit Nederlandse jongeren op hun 12e en 14e jaar iets minder crimineel zijn dan hun Marokkaanse of Antilliaanse leeftijdsgenoten, met 18 jaar zijn ze even crimineel en als 14- en 18-jarige zijn ze crimineler.