Nieuws/Buitenland

Dodental onrust Odessa opgelopen

Het dodental van de onrust in de Oekraïense havenstad Odessa vrijdag is opgelopen tot 46. Dat maakte procureur Igor Borsjoeljak van de regio Odessa zaterdag bekend, schrijven Russische media. Zeker 214 mensen raakten gewond, waarvan er 88 moesten worden opgenomen in het ziekenhuis.

In de havenstad raakten vrijdag pro-Russische en pro-Oekraïense actievoerders slaags. Brandstichting in een vakbondsgebouw kostte tientallen mensen het leven. Ruim 140 mensen werden opgepakt. Interim-premier Oleksander Toertsjinov heeft zaterdag twee dagen van rouw afgekondigd.

Oekraïne en Rusland doen verwijten over en weer over de schuldvraag. De Oekraïense veiligheidsdienst SBU beschuldigt militaire groepen afkomstig uit het van Moldavië afgescheiden staatje Transnistrië ervan de rampzalige onrust te hebben veroorzaakt. De groepen zouden dat samen met Russische teams hebben gedaan. Betogers zouden zijn betaald om onrust te veroorzaken, aldus de SBU.

Rusland op zijn beurt houdt de Oekraïense regering en de landen in het Westen die Kiev steunen verantwoordelijk voor de tragedie in de havenstad. Zij „zijn het bloedvergieten praktisch aan het provoceren en dragen directe verantwoordelijkheid”, aldus de zegsman van de president.

Rusland veroordeelde eerder de militaire acties die Oekraïne uitvoert tegen pro-Russische seperatisten in het oosten. Het Kremlin noemt het „onzin“ om tegen de achtergrond van onrust presidentsverkiezingen te houden. Die staan gepland op 25 mei.

Het geweld in Odessa is het ergste geweld sinds de val van de Oekraïense president Viktor Janoekovitsj in februari. Demonstranten gooiden met benzinebommen, stenen en „explosieven”.