976151
Binnenland

'Juweliersvrouw schoot in blinde paniek'

De Deurnese juweliersvrouw Marina heeft in blinde paniek minimaal drie keer geschoten toen haar man ruim twee weken geleden in hun winkel door twee overvallers werd aangevallen. Hun advocaat Jan-Hein Kuijpers heeft dat gezegd tegen het NOS Journaal op basis van een uitgebreide beschrijving van de beelden van de overval en de verhoren van het juweliersechtpaar over de dood van de twee overvallers.

Kuijpers beschrijft voor het eerst gedetailleerd de gebeurtenissen in de juwelierszaak. Volgens hem trok de oudste overvaller Youssef F. (29) een wapen met demper en begon de jongste overvaller Abdel H. (20) te spuiten met pepperspray. Juwelier Willy probeerde tevergeefs het wapen van de overvallers af te pakken. Hij werd in elkaar geschopt en geslagen. „Hij moest vechten voor zijn leven.”

Marina is in een andere ruimte en hoort de overvallers roepen: „Schiet 'm kapot. Schiet 'm kapot.” Ze vreest dat haar man wordt vermoord en pakt het wapen dat Willy aanschafte na een eerdere overval.

Kuijpers zegt dat Marina een keer door de deur heeft geschoten, en een keer vanuit de kier. Als de deur helemaal is geopend ziet ze haar man in het bloed liggen en staat ze oog in oog met de gewapende overvaller en schiet ze nog een keer. „Zij schiet eerder”, constateert Kuijpers. Het is volgens hem tot dusver niet duidelijk of de overvallers ook hebben geschoten.

Kuijpers erkent dat Willy geen vergunning had voor zijn wapen. Hij kocht het van een kennis in het uitgaansleven voor het veiligheidsgevoel van hem en zijn vrouw.

Marina (52) en Willy (53) worden officieel nog verdacht van medeplegen van doodslag. „Maar er is geen sprake geweest van twee liquidaties. Er was geen tijd om na te denken. Iedereen zal straks zien en kunnen bevatten dat het erg logisch is dat justitie geen vervolging instelt”, zegt Kuijpers.

De juweliersvrouw heeft het bijzonder moeilijk, aldus de raadsman. „Ze voelt zich een monster. Ze denkt de hele dag aan de ouders van de overvallers. Ze zal er mee moeten leven.”