Nieuws/Binnenland
976949403
Binnenland

Dreumes (1) in kokend heet water gedompeld, twee vrouwen verdacht

ROTTERDAM - Twee vrouwen worden door het Openbaar Ministerie (OM) verdacht van de zware mishandeling van een 1-jarige dreumes in een Rotterdamse woning. Het meisje liep op 1 februari tweede- en derdegraads brandwonden op, doordat haar onderarmen in een emmer met kokend heet water zouden zijn geduwd.

In het halfjaar ervoor zouden de handen van het meisje achter haar rug zijn vastgebonden, werd het meisje geslagen en kreeg ze onvoldoende eten en drinken. Hierdoor raakte het meisje ernstig ondervoed, zo constateerde een arts nadat de gewonde dreumes in de nacht van 1 op 2 februari naar het Maasstad Ziekenhuis was gebracht.

De verdachten van de kindermishandeling zijn de moeder van het meisje en Line W. (51), bij wie ouder en kind inwoonden. De moeder werd eerder voorlopig vrijgelaten. Zij wees in verklaringen bij de politie en Jeugdbescherming naar W. als dader.

’Degene die dit heeft gedaan loopt vrij rond’

W. ontkent op haar beurt ten stelligste, zo bleek donderdag in de Dordtse rechtbank tijdens een pro-formazitting. „Ik zit in de cel voor iets dat ik niet heb gedaan. Degene die het heeft gedaan loopt vrij rond en ik zit vast”, zei ze tegen de rechters die moesten bepalen of het voorarrest werd verlengd.

Het OM meent dat W. tijdens de mishandelingen de zorg had over de dreumes, maar volgens haar advocaat klopt dat niet. „Ze had alleen woonruimte verschaft aan medeverdachte en haar dochter.”

Met het ondervragen van meerdere getuigen hoopt de raadsman de mogelijke onschuld van zijn cliënte te kunnen bewijzen. „Drie getuigen hebben afzonderlijk verklaard dat de moeder haar taak heeft veronachtzaamd. Zij bleef in gebreke en bond haar dochter vast.”

Gloeiend heet water

Twee van de getuigen zouden ook aanwezig zijn geweest in de woning toen daar de armpjes van de peuter door iemand in het gloeiend hete water werden geduwd. Een van die getuigen is een 7-jarig zoontje van W. die ze volgens haar advocaat op dat moment, om 23.00 uur ’s avonds, op bed legde. „Als ze haar zoontje naar bed bracht kon ze er niet bij zijn toen het incident plaatsvond met de emmer”, aldus de raadsman.

De rechters stemden in met het horen van twee getuigen en de jeugdarts, maar vond het onnodig om het 7-jarig kind daar „in dit stadium” al mee te belasten. Verder moet het OM duidelijk maken wie op welk moment met het ziekenhuis belde over de brandwonden en waar de verdachten zich op dat moment bevonden.

De voorlopige hechtenis van W. werd met drie maanden verlengd. De rechtszaak wordt 1 november hervat.