Nieuws/Binnenland
976953
Binnenland

Samenwerking bij spionage pas na toestemming

Nederlandse geheime diensten mogen voortaan pas met buitenlandse zusterorganisaties samenwerken en getapte gegevens over Nederlanders uitwisselen nadat de minister daar schriftelijk toestemming voor heeft gegeven. De criteria voor een samenwerking komen bovendien in de wet.

Dat kondigde minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) woensdag aan in een debat over het afluisteren door de Amerikaanse inlichtingendienst NSA. Het kabinet wil daarmee meer grip krijgen op het verstrekken van grote hoeveelheden gegevens aan het buitenland. Onlangs bleek dat Nederlandse diensten 1,8 miljoen metadata hadden getapt van Nederlanders en die hadden gedeeld met de Amerikanen. Plasterk kwam daardoor nog even in politieke problemen, omdat hij ten onrechte had gezegd dat de NSA die data had verzameld, maar de Nederlandse diensten hadden dat zelf gedaan.

Plasterk en zijn collega van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert benadrukten dat internationale samenwerking tussen geheime diensten erg belangrijk is voor de veiligheid van mensen. Door een goede samenwerking zijn volgens Plasterk de afgelopen 10 jaar geen grote aanslagen meer geweest in Europa.

De Tweede Kamer heeft grote zorgen over de „ongebreidelde verzamelwoede“ van de Amerikanen, die vorig jaar onthuld is door de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden. Daaruit bleek dat de NSA bevriende staatshoofden bespioneert en gegevens verzamelt over miljoenen burgers van bondgenoten. Volgens Plasterk heeft het vertrouwen in de Amerikanen een deuk opgelopen, maar is het wat hem betreft „doorrijden en uitdeuken”.