977632
Binnenland

Karremans hangt weer vervolging boven hoofd

Dutchbatcommandant Thom Karremans en zijn toenmalige rechterhand Rob Franken hangt weer vervolging boven het hoofd. Maandag werd bekend dat nabestaanden van drie slachtoffers van de val van de Bosnische moslimenclave Srebrenica in 1995 alsnog hun berechting eisen. Ze doen dat bij het gerechtshof in Arnhem, kondigde hun advocate Liesbeth Zegveld maandag aan.

Karremans was commandant van de Nederlandse VN-eenheid Dutchbat in Srebrenica toen de moslimenclave in juli 1995 door troepen van de Bosnisch-Servische generaal Mladic onder de voet werd gelopen. Duizenden Bosnische moslims werden toen vermoord.

Een van de nabestaanden is Hasan Nuhanovic, toen tolk van Dutchbat. De Nederlandse militairen die de moslimenclave en de bevolking moesten beschermen, hebben zijn broer en vader destijds toch overgedragen aan de Bosnische Serviërs. Datzelfde lot onderging Rizo Mustafic, elektricien van Dutchbat. Ook zijn nabestaanden willen dat Karremans en Franken alsnog worden vervolgd, omdat de drie allemaal werden vermoord. Karremans en Franken zijn hiervoor verantwoordelijk, vindt Zegveld.

Het OM kwam vorig jaar tot de conclusie dat Karremans niet betrokken was bij de misdaden van het Bosnisch-Servische leger. Justitie stelde dat de commandant in 1995 „niet verwijtbaar heeft gehandeld”. Zegveld vindt dat het OM de zaak onvoldoende heeft onderzocht.

Karremans reageerde via zijn advocaat Geert-Jan Knoops verbaasd en teleurgesteld. „Het is heel opmerkelijk dat het overgaan tot deze procedure meer dan een jaar heeft geduurd”, vindt Knoops. „Dat geeft niet een hele overtuigende indruk. Als je denkt een harde zaak te hebben, dan wacht je niet zo lang. We zien de procedure met vertrouwen tegemoet.”

Knoops heeft Karremans maandagochtend gesproken. „Hij betreurt het dat nu wederom de periode van onzekerheid voor zijn mensen wordt verlengd.”

Maandag werd ook het proces van de Moeders van Srebrenica tegen de Nederlandse staat hervat. De moeders houden Nederland verantwoordelijk voor het Srebrenica-drama.

Ze stellen dat de regering VN-orders heeft overruled en de militairen opgeroepen om zelf heelhuids uit het conflict te komen. De Dutchbatters zouden hebben meegeholpen aan deportatie en oorlogsmisdaden niet hebben gemeld.

Niets van waar, aldus de advocaten van de Staat. Tot afgrijzen van de aanwezige moeders zeiden ze dat de Nederlanders niet anders konden dan meehelpen aan de evacuatie van de vluchtelingen na de val van Srebrenica. De Nederlanders hadden een genocide niet kunnen voorzien.