977801
Buitenland

Bank van Vaticaan blijft bestaan

Het Instituut voor Religieuze Werken (IOR), de bank van het Vaticaan, blijft bestaan. Paus Franciscus overwoog het instituut op te heffen, omdat het door onder meer witwaspraktijken in opspraak was geraakt. Hij denkt echter dat de bank onder streng toezicht waardevolle financiële diensten aan de Rooms-Katholieke Kerk kan leveren en hem kan helpen in zijn missie als pastor van de wereldkerk.

In een persverklaring die het Vaticaan maandag verspreidde, staat dat de paus een voorstel van onder meer de pauselijke commissie voor het IOR en een aantal kardinalen heeft overgenomen. Alle activiteiten van de bank blijven vallen onder het toezicht van de AIF, de Vaticaanse Autoriteit Financiële Markten. Begin dit jaar verving Franciscus de 76-jarige president van dat orgaan, kardinaal Atillio Nicora, door de hervormingsgezinde bisschop Giorgio Corbellini.

Het IOR regelt niet alleen de financiële zaken van het Vaticaan, maar werkt ook voor lokale kerken en organisaties binnen de kerk. In de jaren tachtig kwam de bank, die tot dan toe weinig bekend was, in opspraak. De toenmalige topman, de Amerikaanse aartsbisschop Paul Marcinkus, werd in verband gebracht met het faillissement van de Banco Ambrosiano, toen de grootste particuliere bank in Italië. Marcinkus is nooit aangeklaagd, maar het Vaticaan trof een schikking van 145 miljoen dollar met de schuldeisers van de Banco Ambrosiano.

Het IOR sloot vorig jaar honderden rekeningen, voerde strenge regels tegen witwassen in en bracht diverse onderzoeken naar frauduleuze praktijken op gang.