Nieuws/Binnenland

<h2>’Overheveling van zorgtaken naar gemeenten grote fout’</h2>

Uitslag Stelling: Onkunde en willekeur

„Dom en kortzichtig.” Met die kwalificatie verwijst een meerderheid van de deelnemers aan de Stelling van de Dag de overheveling van zorg- en werkloosheidsbeleid naar de gemeenten naar de prullenmand. De decentralisatie van de rijkstaken, die gepaard gaat met forse kortingen op het beschikbare budget, drijft velen van u tot wanhoop. „Dit wordt een nationale ramp van ongekende grootte.”

De verontruste reacties, van deelnemers die menen dat de burger in het algemeen en de ouderen in het bijzonder de dupe worden van het geschuif met verantwoordelijkheden, zijn legio. Raadsleden, wethouders én ambtenaren kunnen het nieuwe werk niet aan, vreest u. Incapabel, zo luidt het oordeel. Eén deelnemer spreekt met gezag: „Ik werk zelf voor een gemeente. Dit gaat ons niet lukken.”

Niveau

Toch zijn er onder u ook die de decentralisatie, die voor 2015 op de agenda staat, wél zien zitten. Zo denkt twaalf procent dat de jeugd- en ouderenzorg voor minder geld op hetzelfde niveau blijft. Het werkloosheidsbeleid is volgens ruim een derde in goede handen bij de gemeente.

Sommige deelnemers maken de grap dat „gemeenteambtenaren nu eindelijk eens moeten gaan werken voor hun geld”. Andere reacties zijn serieuzer. „Veel beter, dan zitten er niet zoveel schijven meer tussen”, noemt iemand de voordelen. „Als alle systemen worden gekoppeld, is fraude sneller opgespoord. En schrijnende gevallen kun je meteen aanpakken.” Een ander merkt op dat „kleinschaligheid altijd beter werkt”.

Daarmee is het wat de optimisten betreft ook wel gedaan. Negen op de tien deelnemers verwachten problemen bij de overgang van het beleid van Rijk naar gemeente, slechts een kwart denkt dat de bezuinigingen op zorg- en werkloosheidsbeleid ’best kunnen’. De vrees voor ongelijkheid en willekeur is groot. „Wat in de ene gemeente wel kan, kan niet in de andere”, zegt een deelnemer. Iemand anders stelt: „Als een ambtenaar je niet mag, kun je het wel schudden.”

Daarbij ontbreekt het de gemeenten aan geld en aan kennis van zaken, denkt u. „Alles draait om geld, naar kwaliteit wordt niet gekeken”, vreest een respondent. „Deze operatie levert geen winst op”, voorspelt iemand anders. „Niet op financieel en niet op menselijk vlak.” Een derde deelnemer ziet de decentralisatie als „een botte bezuiniging die nog decennialang zal nadreunen”.

Onrijp

„Wederom een onrijp plan van onze puberregering”, foetert een ander. Met grote gevolgen, zo getuigen de ouders van een meervoudig gehandicapte jongen. „We zijn er trots op dat hij nog bij ons thuis is, maar zien op deze wijze de toekomst met angst en beven tegemoet en sluiten niet uit dat hij naar een instelling zal moeten. Een schande toch? Zoals de zorg nu geregeld is (pgb), hadden we het nog wel een paar jaar vol kunnen houden.”

De vraag is ook hoe verder, want de kans dat de decentralisatie alsnog niet doorgaat lijkt uitermate klein. Iets minder dan twee derde van u vindt het een goed idee dat gemeentelijke ambtenarenapparaten nauwer gaan samenwerken. Fusies van gemeenten kunnen op veel minder steun rekenen: amper dertig procent ziet het zitten als naast de ambtenarij ook de gemeenteraden en colleges van B en W samengaan.

En over een paar jaar, als we gewend zijn aan de nieuwe rol van de gemeenten? Eén deelnemer denkt het zeker te weten: „Decentralisatie kost miljarden, en straks als het misgaat omdat de onderlinge verschillen landelijk te groot worden, wordt het beleid weer gecentraliseerd. Dat kost ook weer miljarden. De leiders houden werk, maar de gewone man moet eronder lijden.”