Nieuws/Binnenland

'Kantoorhouders Utrecht spekten zichzelf'

Het bestuur van de vereniging Parkmanagment Papendorp (VPP), een kantorengebied tussen de A12 en de A2 bij Utrecht, heeft zichzelf en familieleden bevoordeeld. Zo kreeg het bedrijf dat eigendom is van de voorzitter van de vereniging voor 180.000 euro aan opdrachten van de vereniging. Een broer van een van de bestuursleden mocht voor bijna een half miljoen euro aan marketingopdrachten uitvoeren.

Dat schrijven burgemeester en wethouders van Utrecht vrijdag in een brief aan de gemeenteraad. Het stadsbestuur kreeg eind vorig jaar argwaan en heeft toen informatie opgevraagd. De gemeente beraadt zich op maatregelen tegen het bestuur. Het bestuur van de VPP laat in een reactie weten „totaal verbaasd” te zijn over de brief. Het stelt dat de opdrachten altijd gebeurd zijn met „volledige en expliciete toestemming van de algemene ledenvergadering waarvan de gemeente deel uitmaakt”.

Papendorp in de Utrechtse stadsuitbreiding Leidsche Rijn geldt als een van de mooiste kantorenlocaties van Nederland. De vereniging Parkmanagment is verantwoordelijk voor onderhoud, beheer en exploitatie van het gebied. Leden zijn de erfpachters van de grond en de gemeente Utrecht. Het bestuur wordt gevormd door zakenmensen die een kantoor op Papendorp hebben.

Tijdens het onderzoek naar de gewraakte opdrachten ontdekte de gemeente nog een bedenkelijk geval. Er zou geld zijn aangevraagd bij het Ondernemers Fonds Utrecht, waarmee een opdracht aan het bedrijf van een bestuurslid is bekostigd. De gemeente heeft het fonds hiervan op de hoogte gesteld en ook daar wordt de kwestie verder uitgezocht. In de tussentijd krijgt de vereniging Parkmanagment Papendorp geen geld meer.

Volgens het bestuur is de brief gelardeerd met feitelijke onjuistheden en volgt deze „bovendien op een rapport dat de vereniging zelf heeft opgesteld over de financiële transparantie. (...) Volstrekt en aantoonbaar onjuist is ook de bewering dat de mogelijke 'verstrengeling' van belangen niet bekend zou zijn geweest.”

Het bestuur hoopt maandag met de wethouder aan tafel te kunnen zitten om deze „uitermate onverkwikkelijke situatie zo snel mogelijk uit de wereld te helpen”, zo schrijft het in een verklaring.