Nieuws

Vrouw van bijna 30 verdient meer dan man

De verschillen tussen wat mannen en vrouwen aan bruto-uurloon verdienen worden langzaamaan kleiner. In 2008 bedroeg het verschil nog 20 procent, in 2012 was het iets minder dan 18 procent. Vrouwen van 25 tot 30 jaar kregen in 2012 per uur zelfs iets meer dan mannen, blijkt uit vrijdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Vrouwen tussen de 25 en 30 jaar zijn door de bank genomen iets hoger opgeleid dan mannen van die leeftijd. In de andere leeftijdscategorieën verdienen de vrouwen nog wel minder. Bij 50- tot 55-jarigen krijgen vrouwen per uur zelfs 24 procent minder betaald. Dit komt onder meer doordat vrouwen vaker hun carrière onderbreken of minder uren gaan werken na de komst van kinderen.

„Onderbrekingen van de arbeidsmarktloopbaan en deeltijdwerk verkleinen de carrièrekansen van vrouwen met op langere termijn als resultaat een lager uurloon”, aldus het CBS.

Bussemaker blij

Minister Jet Bussemaker (Emancipatie) vindt het gat tussen het bruto-loon voor mannen en vrouwen nog te groot, maar zei vrijdag in een reactie blij te zijn dat dit verschil voor vrouwen tussen 25 en 30 jaar verdwenen is. „Vrouwen studeren sneller, beter en harder dan mannen. Dat betaalt zich nu uit.”

Maar dat betekent volgens de minister nog niet dat de verschillen in beloning tussen mannen en vrouwen nu vanzelf zullen verdwijnen. Het is aan werkgevers de talenten van vrouwen te herkennen, vindt Bussemaker. Daar komt nog bij dat mannen meer onderhandelen over hun loon dan vrouwen. „Het kan helemaal geen kwaad dat vrouwen zich wat minder bescheiden opstellen.”

Financiële dienstverlening

In de bedrijfstak financiële dienstverlening is het verschil in bruto-uurloon tussen mannen en vrouwen het grootst. Het bedroeg in 2012 bijna 30 procent. Mannen zijn hier sterk vertegenwoordigd in hogere functies, terwijl vrouwen vaker in functies werken die lager zijn ingeschaald.

De verschillen in bruto-uurloon zijn volgens de statistieken van het CBS het kleinst in de bouwnijverheid. Het gaat hier nog altijd wel om een verschil van bijna 15 procent.