Nieuws/Binnenland
988466
Binnenland

Tapijt redt bestelauto van bijtelling

 De fiscale bijtelling voor een auto van de zaak levert veel mensen hoofdpijn op. Is een bestelbus echter vrijwel alleen geschikt voor werkgerelateerd gebruik, dan hoeft een werknemer of ondernemer hiervoor niets bij zijn belastbare inkomen, respectievelijk de belastbare winst op te tellen. ,,Ook een rittenadministratie blijkt  dan niet nodig", stelt Ria Rutten van Fiscaal up to Date.

 Dat bleek onlangs nog eens uit een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Werknemers en ondernemers die een auto van de zaak ook privé gebruiken, moeten een deel van de catalogusprijs jaarlijks bij hun inkomen of winst optellen. Deze bijtelling is te voorkomen door aantoonbaar niet meer dan 500 km privé te rijden. Dan moet er echter doorgaans wel een rittenregistratie worden bijgehouden. Voor bestelauto’s geldt nog een bijzondere regeling. Er hoeft geen bijtelling plaats te vinden als de bestelauto door zijn aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend, dat wil zeggen voor minstens 90%, geschikt is voor vervoer van goederen.

Als een bestelauto echter behalve de chauffeursstoel nog andere zitplaatsen in de cabine heeft, stelt de Belastingdienst zich nogal snel op het standpunt dat de auto niet alleen is te gebruiken voor vervoer van goederen en dat een bijtelling dus op z’n plaats is. Dat ondervond een ondernemer met een eenmanszaak, die vloerbedekking verkocht en deze ook bij de klanten legde. Met een bestelauto. De inspecteur verhoogde de winst van de ondernemer voor het privégebruik van de bestelauto.

De ondernemer was het hier niet mee eens en ging in beroep. Hij verwees naar zijn gezinssituatie (drie kinderen) en stelde dat hij nauwelijks privé met de bestelauto had gereden en dat de bestelauto bovendien uitsluitend geschikt was voor vervoer van goederen. Het Hof Arnhem-Leeuwarden geloofde dat de laadruimte speciaal geschikt was voor het vervoeren van rollen kamerbreed tapijt en daarmee was afgestemd op de werkzaamheden binnen de onderneming. Het Hof was het met de ondernemer eens dat de bestelauto door zijn aard of inrichting uitsluitend geschikt bleek te zijn voor het vervoer van goederen, ook al was in de cabine plaats voor het vervoer van meer personen dan alleen de chauffeur.

,,Het is niet de eerste keer dat de fiscus bij een dergelijke zaak achter het net vist", aldus fiscalist Rutten. ,,Of een bestelauto alleen geschikt is voor het vervoer van goederen, hangt echter wel sterk af van de feiten en omstandigheden." Zo is een auto die te smerig is om privé te gebruiken goed nieuws in fiscale zin. Een verwijderde bijrijdersstoel die weer heel gemakkelijk is terug te plaatsen, kan een bijtelling weer dichterbij brengen.

Uitspraak: Hof Arnhem-Leeuwarden 18-2-2014, nr. 13/00576