Nieuws/Binnenland

Van Rijn maakt zich niet druk om sterke wiet

Wetenschappelijk onderzoek naar welke norm het beste is om sterke wiet aan banden te leggen is niet nodig. Dat vindt staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid), die daarmee de zorgen van zijn eigen PvdA en een groot aantal instellingen voor verslavingszorg in de wind slaat.

Het kabinet wil al sinds 2011 dat het maximale gehalte van de werkzame stof THC in hasj en wiet naar 15 procent gaat. De maatregel is echter nog steeds niet door de Kamer.

D66 en de PvdA vroegen in De Telegraaf om nader onderzoek naar de grenswaarde, omdat Van Rijn moest toegeven dat deze was gesteld zonder wetenschappelijk onderzoek. In de praktijk komt dit neer op een hasjverbod, omdat dit een concentraat is van de werkzame stoffen in cannabis. De gemiddelde nederwiet is onder druk van de dreigende maatregel al minder sterk geworden.

De directeuren van negen grote instellingen voor verslavingszorg, waaronder Jellinek, Novadic-Kentron en Tactus, hebben in een brandbrief aan Van Rijn gevraagd om de maatregel uit te stellen. Ze vinden dat het kabinet toch eens in de gezondheidsstudies moet duiken, omdat THC maar één van de werkzame stoffen is. De gezondheidsrisico’s ervan, zoals psychoses en angststoornissen, worden geremd door een andere stof, CBD. Die zit volgens de verslavingsdeskundigen nauwelijks in nederwiet, en veel in hasj.

Het Trimbos Instituut stelt dat daardoor nederwiet mogelijk ’een stuk riskanter’ is. Van Rijn wil daar geen nader onderzoek naar doen. „Ik snap de klinieken niet zo goed. Een THC-norm is goed, je ziet nu al dat de wiet minder sterk is dan een aantal jaar terug. Dat is door de telers bereikt door eerder te oogsten.” Woensdag spreekt de Kamer over het coffeeshopbeleid.