995676
Binnenland

Winnen belangrijker dan meedoen

Levensverzekeraars hebben de boel verpest voor de héle verzekeringsbranche. Het ging fout toen ze zich gingen bezighouden met beleggingen in aandelen. Vóór die tijd deden ze waar hun naam voor stond: “Verzekeren van je leven”. Als je dood gaat, krijgen je nabestaanden gegarandeerd een flinke som geld uitgekeerd. Daarmee kunnen die even vooruit: een (deel van de) hypotheek aflossen, kinderen tóch laten studeren of je pensioen aanvullen. Hoe hoog die som geld is, heb je met de levensverzekeraar afgesproken.

De hoogte van de premie hangt af van je leeftijd op de dag dat je de levensverzekering afsloot en van de hoogte van het afgesproken bedrag als je dood gaat. Bij zelfmoord krijgen je nabestaanden bij sommige verzekeraars niets. Daarom is iemands doodsoorzaak nogal een heikel punt; ongeval, moord en zelfmoord liggen soms erg dicht bij elkaar. Bij wettelijk uitgevoerde euthanasie wordt in de regel (maar niet altijd!) wél uitgekeerd.

Schadeverzekeraars

Gooi niet alle verzekeraars op één hoop. Schadeverzekeraars zijn van een andere soort. Rijd je je auto of iemand anders in de prak, word je ziek, vliegt je huis in brand, wordt het leeggeroofd of wordt je reisbagage gepikt, dan keren die verzekeraars de geleden schade uit. Als ze tenminste niet het gevoel hebben dat ze geflest worden. Bedrijfsschadeverzekeraars dekken alle soorten rampen in de zakelijke sfeer.

Zekerheid door garantie

Bij levensverzekeraars kon rond de 'huizen-boom' van de jaren zeventig ook belastingvrij worden gespaard voor de aflossing van je hypotheek of voor een aanvulling van je pensioen. Winstdelende polissen waren populair. Naast een gegarandeerde uitkering deelde je elk jaar in de winst, als het rendement op de Nederlandse Staatsleningen in dat jaar hoger was dan de basis van 4 procent. Het verlies-risico was geheel voor rekening van de levensverzekeraar.

Om die reden werd vaak de voorkeur gegeven aan zo’n 'levensverzekeringspolis' boven het spaarbankboekje van de RPS (RijksPostSpaarbank), die een vaste rente van 4 procent vergoedde. Aegon (toen nog Ennia) en Nationale Nederlanden zijn er groot door geworden.

In de fout met woekerpolis

Aan aandelenhandel was goud te verdienen. Levensverzekeraars maakten de onvergeeflijke fout hun polishouders in dat risicovolle spelletje te betrekken. Op hetzelfde moment dat garantieproducten overboord werden gegooid, verloren ze aanspraak op hun eretitel 'Verzekeraar'. Níets is namelijk zeker in aandelenhandel. Het is de meest verderfelijke vorm van hebzucht, waar eigenlijk alleen de zeer gefortuneerden zich aan zouden moeten mogen overgeven. Koersplannen, turbo’s en woekerpolissen zijn inmiddels berucht.

De woekerpolis ontstond door rampen op de aandelenbeurzen. Levensverzekeraars die zich niet alleen bezighouden met aandelenhandel voor eigen rekening, maar die casino-variant óók aan hun polishouders aanbieden, zouden zich beter 'vermogensadviseurs' noemen. Door met het woord 'verzekering' de indruk te wekken dat je geld of je risico bij hen gedekt en veilig is, zetten ze hele volksstammen op het verkeerde been. Daarmee betrekken ze ten onrechte de andere (schade) verzekeraars in de nu opgelopen grote reputatieschade en vertrouwensbreuk.

Eigenbelang

Bijna geen enkele 'levens'-verzekeraar biedt vandaag nog spaar- of lijfrentepolissen aan met een gegarandeerd kapitaal in euro’s op de einddatum. De reden is simpel. Voor alle aan polishouders toegezegde garantiekapitalen moeten verzekeraars (nét als pensioenfondsen) die gegarandeerde bedragen ook werkelijk voor 100 procent in de knip houden als (technische) reserves. Met die reserves mag niet 'gespeeld' worden.

Voor polissen waarbij het kan vriezen of dooien en de uitkering op de einddatum niet vaststaat, maar afhankelijk is van het werkelijk behaalde rendement, geldt die solvabiliteitseis niet. Verzekeraars  kunnen daarmee ongestraft doorgaan met hun lucratieve aandelenhandel. Winst of verlies: altijd prijs! Het risico is voor u.  

Winnen belangrijker dan meedoen

Dát, en niets anders, is de reden waarom pensioenfondsen - met de overheid voorop als eigenaar van het grootste pensioenfonds ABP - er zo tuk op zijn om het gegarandeerde ouderdomspensioen in het nieuwe Pensioenakkoord af te schieten, en te vervangen door een 'Ambitiepensioen': We stréven naar een passend pensioen, maar als het niet lukt, is dat pech voor de pensioendeelnemer.

Winst is voor de pensioenfondsen. Het verlies is voor u. 'Verzekeren' is daarmee ook hún tak van sport niet meer. Uw pensioen wordt nét zo onzeker als de opbrengst van de  aandelen-'verzekering'.

Bij onze topsporters kunnen we tenminste nog het bloed uit de schoenen en het snot uit de ogen zien lopen. Meedoen is voor topsporters vaak belangrijker dan winnen. Voor polishouders is winnen belangrijker dan meedoen.