995693
Binnenland

’Geef vrouwen 5% meer loon dan waarom ze vragen’

AMSTERDAM - ,,Altijd maar weer horen Nederlandse vrouwen dat zij moeten veranderen. Vrouwen moeten zakelijker onderhandelen over hun salaris. Zij moeten eerder om opslag durven vragen. En ze moeten zich meer verdiepen in hun financiële toekomst. Maar waarom zouden bedrijven niet eens in beweging komen en opening van zaken geven door hun beloningschalen op tafel te leggen? Als dan blijkt dan vrouwen minder betaald krijgen dan mannen voor hetzelfde werk, kunnen die organisaties dat verschil netjes aanpassen. En desnoods geven ze vrouwen voortaan standaard 5% meer loon dan waarom ze vragen.”

Aan het woord is Henriëtte Prast, hoogleraar personal financial planning aan de universiteit van Tilburg. De econome reageert hiermee op een onderzoek van Professional Women’s Network (PWN) waaruit blijkt dat hoogopgeleide Nederlandse vrouwen hun financiële toekomst onvoldoende plannen en terughoudend zijn als het gaat om salarisonderhandelingen. Een grote meerderheid (ruim 70%) vraagt meestal niet om een loonsverhoging. Een derde doet dit niet uit vrees voor verlies van haar baan. Anderen (67%) hebben liever dat hun manager die verhoging geeft als erkenning van hun prestaties.

Tanja Nagel, bestuursvoorzitter van Theodoor Gilissen Bankiers, is het in grote lijnen met Prast eens. „Vrouwen hoeven niet te veranderen. We hebben meer aan vrouwen die zichzelf blijven, dan aan dames die halve kerels worden. Mijn ervaring is dat zodra een organisatie de voordelen ziet van diversiteit op de werkvloer - op alle niveaus -, dat dan het verschil in beloning ook verdwijnt. Actief diversiteitsbeleid werpt zijn vruchten af. Juist ook onder de streep. Steeds meer mannen zien dit eveneens in. We kunnen echt winst halen uit elkaars pluspunten.”

Dat Nederlandse vrouwen slechts beperkt actief zijn in het financieel plannen van hun pensioen, is mogelijk te wijten aan het feit dat tot voor kort alles prima geregeld leek in Nederland. „Als werknemer doe je immers automatisch verplicht mee aan pensioensparen. In het buitenland is dit doorgaans wel anders. Dit verklaart waarom andere Europese vrouwen op dit vlak gemiddeld flink hoger scoren. Zo heeft 60% van de Europese vrouwen een eigen pensioenplan tegenover 35,4% van de Nederlandse vrouwen.

Prast sluit niet uit dat vrouwen ook minder geïnteresseerd zijn in het afsluiten van financiële producten of het beheren van beleggingsportefeuilles doordat onbewust het (internationale) taalgebruik dat in de verkoop van spaarverzekeringen of beleggingsfondsen wordt gebruikt hen niet aanspreekt. „Meestal wordt er gesproken over ’to build a portfolio’. Waarom spreekt een bank niet over ’to knit a portfolio’? Je lacht erom. Maar het geeft meteen aan dat dergelijk taalgebruik niet neutraal is. Uit onderzoek, dat ik momenteel doe, blijkt dat het meest gebruikte taalgebruik in financiële marketing afkomstig is uit de bouw, oorlog of competitieve sporten. Dat is onbewust taal die vooral mannen aanspreekt.”

Uit eerder onderzoek is al gebleken dat zaken als crowdfunding of lenen van gelijken juist wel populair is onder vrouwen. Saskia de Hoog van Women’s Inc. herkent het feit dat het taalgebruik dat financiële instellingen hanteren niet altijd goed aansluit bij de beleving van vrouwen. „Ons advies is om meer te werken met symbolen dan met tekst. Bijvoorbeeld door rendement uit aandelenfondsen visueel te maken. Of een andere woordkeus te hanteren. Zo organiseerden wij recent een bijeenkomst onder de noemer ’I love pensioen’. Dat sprak duidelijk aan. Binnen twee dagen was het evenement overtekend.”