Nieuws/Binnenland

Toestemming voor schenken om AWBZ-bijdrage te verlagen (deel 2)

In mijn vorige column heb ik een situatie beschreven waarin een bewindvoerder van de rechters toestemming kreeg om geld te schenken. Het effect daarvan is dat de eigen bijdrage voor de AWBZ lager wordt. Nu ga ik graag in op een tweede situatie.

Situatie 2

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de machtiging tot schenking gegeven in een situatie waarin wel sprake was van een schenkingstraditie. Sinds 2006 werd er namelijk ieder jaar het van schenkbelasting vrijgestelde bedrag geschonken. In 2011 zelfs een hoger bedrag van 20.000 euro. Nu werd gevraagd of er in 2013 12.500 euro geschonken mocht worden.

 

In tegenstelling tot de eerste casus bestond de mogelijkheid dat de patiënt wél eerder een testament had opgesteld omdat zijn vermogen pas in 2010 onder bewind was gesteld en hij toen al op leeftijd was. Door de schenking toe te staan zou zijn vermogen en dus ook zijn erfenis kleiner worden. Maar het was dus niet zeker dat de erfgenamen en de ontvangers van de schenking dezelfde personen zouden zijn.

 

Het Gerechtshof vond het echter van belang dat de patiënt verstandelijk wel goed bij was en duidelijk kon aangeven de schenking te willen en de gevolgen ervan kon overzien (de reden van de onder bewind stelling was dat zijn geheugen slecht was, maar functioneren in het hier en nu wel goed ging).

 

Zelfs na de schenking zou er nog voldoende vermogen overblijven om geen nadelige invloed te hebben op de levensstandaard van de patiënt. Maar wat ook een belangrijke rol speelt is het gegeven dat de patiënt positieve gevoelens zou over houden aan het 'met de warme hand' schenken. Dan kon hij tenminste genieten van het feit dat hij nu al de ontvangers financieel ondersteunde.

 

Aardig detail is dat de ontvangers zijn enige twee kleinkinderen waren en de relatie met hen intensiever was geworden na het eerdere overlijden van hun vader, de zoon van de patiënt.

 

Volgende keer een derde situatie.