Nieuws/Binnenland
996480
Binnenland

Wandelen

Westerwolde: het andere Groningen

In de 'staart' van Groningen ligt Westerwolde, een heel eigen stukje Groningen. Het lijkt er op Drenthe en je kunt er heerlijk fietsen en wandelen door een fraai landschap van bossen, vennetjes en beken.

Vrouwen claimen meerdere dingen tegelijk te kunnen doen. De dagelijkse praktijk wijst telkens anders uit, maar de meeste vrouwen zijn veel te leuk om tegen te spreken. Mannen kunnen het in elk geval niet, zo blijkt maar weer als ik met een gepensioneerde collega naar Oost-Groningen reis.

Er gaat bij deze krant dan ook zo veel veranderen dat we er de hele rit naar Groningen en vanaf de start in Harpel niet over uitgepraat raken. Tegelijk wandelen en praten lijkt geen probleem, want de paden en wegen in Groningen zijn recht. Zeg maar gerust kaarsrecht.

Diefstal

Terwijl de eerste koude winterwind over de kale akkers blaast, steken wij de handen in de warme zakken, trekken de mutsen over de oren en wikken en wegen de voors en tegens van de veranderingen die u en ons te wachten staan. Als we het zandpad langs het Mussel Aa-kanaal volgen, valt ons gelijk de donkerbruine kleur van het water op. Gevolg van de diefstal van de koperen afsluiters van een mestbassin bij Mussel. Want het tuig kent inmiddels ook de weg in het hoge noorden. Door de diefstal stroomde drijfmest het Mussel Aa-kanaal in. Omdat mest zuurstof onttrekt aan het water, heeft het waterschap zelfs beluchters in het water moeten plaatsen om de vissen in leven te houden.

 

 

In 1911 werd begonnen met het graven van het kanaal, dat vijf jaar duurde. Het Mussel Aa-kanaal heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontginning van de overgebleven heide- en veengebieden. Na de laatste wereldoorlog werd het gesloten voor de scheepvaart en de sluizen verwijderd. Het kanaal wordt nu in droge tijden gebruikt om water uit het IJsselmeer aan te voeren. Ook is het de bedoeling het kanaal weer bevaarbaar te maken voor de pleziervaart.

Op de goede weg

We hebben er amper aandacht voor, omdat we zo diep in gesprek zijn. En zoals gezegd, mannen kunnen geen twee dingen tegelijk, waardoor het even verderop langs het kanaal helemaal fout gaat. Dat is vervelend bij een wandeling; voor we het weten, zijn we al pratend zo'n twee kilometer verkeerd gelopen. Gelukkig is daar een vriendelijke Groninger die ons bevestigt wat we al vermoedden, waarna in het buurtschap Smeerling een postbode - ook daarom nooit afschaffen! - ons weer op de goede weg helpt.

We lopen hier het dal van de Ruiten-Aa in, waar men druk bezig is de beek weer zijn oorspronkelijke meanderende loop te geven. Van het oorspronkelijke beekdal is dan ook nog maar weinig over. Veel voormalige hooilanden werden ingericht voor de akkerbouw, waarvoor rechte, diepe sloten werden gegraven. Deze sloten worden nu gedempt, de oude beekloop zorgvuldig uitgegraven, stuwen worden door bodemvallen vervangen en oorspronkelijke essen en steilranden in de oude staat teruggebracht. Ook de houtsingels die vroeger als veekering werden gebruikt, komen terug.

 

 

De beek mag na hevige regenval gewoon buiten haar oevers treden. De grond slaat zo reservewater op voor drogere tijden. Op deze manier draagt het hele beekdal bij aan de waterberging in het gebied.

Impuls

Ook komen er fietsroutes, wandelpaden en kanomogelijkheden, wat het toerisme een nieuwe impuls moet geven. En dat kan deze door aardbevingen en werkeloosheid geteisterde provincie natuurlijk prima gebruiken.

Weer in de buurt van Harpel, dat aan de rand van Westerwolde ligt, valt de weidsheid van het Groningse land op. Eeuwenlang was dit een zo dichtbebost gebied, dat volgens ene Johannes Veiting ,,de eekhoorns van boom naar boom konden springen". Toen de stad Groningen vanaf de zeventiende eeuw hout ging kappen voor de woningbouw en scheepvaart, ontstond een open gebied met voornamelijk heidevelden. Harbert ten Have was aan het einde van de negentiende eeuw de eerste bewoner van het tegenwoordige Harpel. Hij liet op de heide een schaapskudde grazen.

Later bleven ook meerdere arbeiders die hadden geholpen het Mussel Aa-kanaal te graven in Harpel hangen. Hun nazaten ontmoeten elkaar nu nog in het Buurthoes, start- en finishplaats van deze wandeling.

Reacties: jduijs@telegraaf.nl

Hongerwinter

In de winter van 1944-1945 was de hongersnood zo groot, dat sommige gezinnen vanuit de grote steden te voet naar de landbouwgebieden trokken. Daar was vaak nog volop eten voor de zwaar ondervoede gezinnen. De sinds 1950 in Perth (Australië) wonende Peter Overliese 'wandelde' met zijn ouders en twee oudere zusjes vanuit Betondorp in Amsterdam, waar zijn vader schoenmaker was, naar Harpel. Het hevig verzwakte jongetje zat op een kinderwagen vol kleren. In een dubbele bodem van de wagen lag een hele Goudse kaas (geruild voor hun piano) en een wittebrood en een kilo roomboter, dat was geruild voor zijn ouders gouden trouwringen. Het gezin stak met de Lemmerboot, die de volgende dag door een bombardement verging, over naar Friesland.

Na een barre voettocht - het was een heel strenge winter - kwam het gezin in Harpel. De kleine Peter werd opgevangen door 'Tante Tetje', die hem met speciale kleine hapjes weer sterk en gezond wist te krijgen.

Zijn ouders werden opgevangen door de familie Strockmeijer, die ook Joodse onderduikers hadden. Pas bij de bevrijding ontmoetten de onderduikers en de Amsterdammers elkaar...

Lees het hele verhaal van Overliese op www.harpel.nl.

Wandelwijzer

14 km, honden toegestaan. 85% verhard, geen horeca.