Nieuws/Binnenland
996710
Binnenland

Veertien jaar geëist voor moord op bejaarde

Voor de moord op de 80-jarige Amsterdammer André Kleinman heeft de officier van justitie donderdag een celstraf van 14 jaar geëist. Justitie denkt genoeg bewijzen te hebben voor moord, omdat de verdachte Kemal T. in de nacht van de moord in januari 2012 twee keer naar de woning van het slachtoffer is gegaan.

Ook tijdens de inbraak en later tijdens de brute moord, waarbij meerdere malen moet zijn gestompt voordat het slachtoffer werd gewurgd, heeft de verdachte volgens justitie genoeg tijd gehad om na te denken over de fatale gevolgen. Een voorwaarde om moord te bewijzen en te onderscheiden van doodslag is dat de verdachte niet in een opwelling heeft gehandeld.

De advocaat van de verdachte trok tijdens de rechtszaak het politieonderzoek in twijfel en pleitte voor vrijspraak. Hoewel de raadsman erkende dat bloedresten van het slachtoffer op de witte schoenen van zijn 55-jarige cliënt hem erg verdacht maken, vindt hij toch dat de bebloede schoenen geen bewijs zijn voor de moord. Er zijn namelijk geen voetsporen van bloed in Kleinmans huis gevonden. Daarnaast deelde T. zijn kledingstukken met anderen.

Op het zwaar toegetakelde lichaam van Kleinman zijn bovendien geen DNA-sporen van T. gevonden. Wel vonden forensisch rechercheurs onbekende haren en DNA-resten van een andere onbekende man in een nekplooi van het slachtoffer. Volgens de advocaat is dat mogelijk een daderspoor. „De persoon die Kleinman heeft gewurgd is niet mijn cliënt.” De advocaat is van mening dat het onderzoek beter had gekund. „Er wordt naar de strop toe geredeneerd.”

De raadsman zei dat zijn cliënt geen enkel motief had voor de moord: „Kleinman is altijd goed voor hem geweest”. Een financieel motief is raadselachtig, omdat er volgens de advocaat geen geld uit de woning is weggenomen.