998739
Binnenland

Vier kandidaten strijden nog om Familiebedrijven Award

De laatste vier genomineerden voor de Familiebedrijven Award 2014, wier namen vandaag door de jury worden bekendgemaakt, hebben sowieso één ding met elkaar gemeen. Stuk voor stuk zijn ze succesvol in bepaald niet eenvoudige markten. Totdat op 16 april de winnaar wordt verkozen, gaat de ’strijd’ nu nog tussen Westland Kaas, Breman Installatiegroep, Nijhof-Wassink en Agio Cigars.

De Familiebedrijven Award werd twee jaar geleden in het leven geroepen door John Fentener van Vlissingen, oprichter en president-commissaris van reisconcern BCD Group, om familiebedrijven meer aandacht te geven.

De laatste maanden zijn enkele honderden familiebedrijven onder de loep genomen door KPMG, die uiteindelijk op basis van een achttal criteria de voorselectie verzorgde. De komende weken worden de laatste vier kandidaten bezocht door een delegatie van de zeven leden tellende jury.

„Er wordt onder meer gekeken naar de manier waarop ze hun governance , dus hun bestuur en leiding, hebben georganiseerd”, zegt jurylid Ingrid Faber, ceo van palletfabrikant FHG en tot 2012 ook voorzitter van familiebedrijvenvereniging FBNed. „Hun cultuur is van belang, maar ook hoe met familieaspecten wordt omgegaan en hoe ze hun beslissingen nemen met oog op de verdere toekomst.”

„Het gaat om het totáálbeeld”, zegt medejurylid Frank Swinkels, naast cfo van bierbrouwer Bavaria tevens bestuurslid van FBNed. „We kijken dus ook naar hoe hun resultaten zijn en hoe deze zich ontwikkelen.”

Over de laatste vier kandidaten zijn Swinkels en Faber het eens dat ze – hoe verschillend ze ook zijn – een paar grote gemeenschappelijkheden hebben. „Ze zijn heel succesvol in markten waarin het bepaald niet makkelijk is”, zegt Swinkels. „Bovendien zijn ze alle vier heel solvabel, ze kunnen een stootje hebben”, vult Faber aan.

Een voorbeeld daarvan is Breman Installatiegroep (1925) uit Genemuiden, zegt Faber: „Zij staan er financieel heel goed voor, wat momenteel bijzonder is voor een bedrijf in de bouwsector. Unieke is hun structuur, waarbij de pakweg 1500 medewerkers evenveel zeggenschap hebben over het bezit als de aandeelhouders. Dat zorgt voor een enorme betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel.”

Ook Westland Kaas (1936) in Huizen, bekend van onder meer Old Amsterdam en Maaslander, staat er goed op. Swinkels: „Ook zij zijn financieel gezond en solide. Ze zijn enorm gericht op internationalisatie, inmiddels komt hun omzet uit 70 landen en moet die omzet op termijn voor 60% door de export gevormd gaan worden. Maar ook in maatschappelijk verantwoord ondernemen timmeren ze aan de weg, met een familiefonds voor kleine maar wezenlijke initiatieven in de omgeving. Ze krijgen de consument heel goed enthousiast en vergroten hun positie met slimme marketing.”

In de transportwereld is familiebedrijf Nijhof-Wassink (1963) in Rijssen een bekende naam. „Zij zijn hard gegroeid, ook internationaal, maar gaan nog steeds als familie met hun mensen om”, zegt Faber. „Groei is niet het allerbelangrijkst voor ze. Ze willen vooral hun werk goed doen, en dan volgt die groei vanzelf hun kant op. Ze maken zich druk om heel veel zaken buiten het bedrijf of het transport. Zo steunen ze lokale projecten met paarden, het voetbal, en een Pools weeshuis. Zij hebben chauffeurs die daar vandaan komen.”

Royal Agio Cigars (1904) uit Duizel demonstreert volgens Swinkels goed hoe ze slim met hun toekomst bezig zijn. „De tabaksindustrie staat in westerse landen onder druk, het is heel knap hoe zij in opkomende markten weten te groeien. Hun sigaren worden in meer dan tachtig landen verkocht, maar zien in dat aanpassing noodzakelijk is. Door heel veel te investeren en te innoveren verwerven ze een steeds grotere rol in industrieën waar met soortgelijke machines wordt gewerkt.”