998851
Nieuws

'Onderscheid huismerk en A-merk vervaagt'

Consumenten zien weinig verschil in kwaliteit meer tussen huismerken en A-merken en kiezen daarom vaker voor het goedkoopste merk. Het marktaandeel van huismerken steeg in de periode 2003 tot 2012 van 29 procent naar 45 procent, blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van onderzoeksbureau GfK en TiasNimbas Business School.

Het onderzoek bevestigt een trend die al langer gaande is. Consumenten kopen hun boodschappen anders in: ze kiezen voor goedkopere producten, hebben een sterkere voorliefde voor discounters en kopen minder frequent, maar wel meer per keer. Ook bezuinigen sommigen door minder te kopen.

Niet alleen de economische crisis speelt een rol bij het veranderde consumentengedrag, maar ook het toenemende overstappen naar goedkopere merken en winkels. „Die switch komt vooral doordat het kwaliteitsverschil tussen A-merken en winkelmerken steeds kleiner wordt”, aldus de onderzoekers.

„De groeiende groep fans van winkelmerken zijn prijsbewuster en kopen eigenlijk alleen A-merken als deze in de aanbieding zijn. Door het afnemende objectieve kwaliteitsverschil tussen A-merken en winkelmerken zal deze trend zich enkel versterken”, voorspellen de auteurs.

Producenten van A-merken, zoals Unilever, hebben te maken met een daling van de omzet. Dat komt onder andere door de hoge promotiedruk waar A-merken last van hebben. „A-merken zijn vrijwel voortdurend in de aanbieding. Consumenten anticiperen hierop. Het gevolg is enerzijds een voortdurende subsidiëring van trouwe klanten van deze A-merken en anderzijds het bevorderen van switchgedrag met als gevolg een afnemende merken- en winkeltrouw.”

Om de concurrentie aan te kunnen gaan met huismerken, zouden A-merken minder moeten investeren in salespromotieactiviteiten, adviseren de onderzoekers. „De besparingen die zij hierdoor realiseren zouden zij vooral moeten investeren in innovatie en marketing. Alleen op deze manier kunnen de A-merkenleveranciers hun marktpositie verstevigen.”