Sport/Wielrennen
1006371526
Wielrennen

Gino Mäder verslaat Bauke Mollema, Attila Valter pakt het roze

Bauke Mollema

Bauke Mollema

Ascoli Piceno - Gino Mäder (Bahrain Victorious) heeft in de Giro d’Italia de etappe gewonnen naar Ascoli Piceno. Hij won de rit vanuit een kopgroep met Bauke Mollema. De nieuwe rozetruidrager is de Hongaar Attila Valter (Groupama-FDJ).

Bauke Mollema

Bauke Mollema

Zonder de ritwinnaar van dinsdag Joe Dombrowski, klassementsrenner Mikel Landa, Pavel Sivakov en Francois Bidard vertrok het peloton voor de zesde rit. Direct was het koers en uiteindelijk reden er zes man weg: Matej Mohoric, Dario Cataldo, Gino Mäder, Jimmy Janssens, Simone Ravanelli en Simon Guglielmi. Daarachter poogde Bauke Mollema met Geoffrey Bouchard nog de oversteek te maken naar de koplopers. Het duo kwam tot op zo’n tien seconden, maar onder aanvoering van met name Mohoric deden de koplopers hun uiterste best om de Nederlander en de Fransman niet te laten aansluiten.

Het leek erop dat de zes slaagden in hun missie, maar na een kleine zestig kilometer koers sloten Mollema en Bouchard aan. Het peloton controleerde daarachter de voorsprong op de acht koplopers zo rond de vijf minuten. Veel meer wilde Israel Start-Up Nation het niet laten worden, omdat Mäder in het algemeen klassement binnen de vier minuten van leider Alessandro de Marchi stond.

Ineos maakt koers

Het verschil werd zelf flink minder toen op de eerste bergen Team Ineos al flink doortrok in een regenachtig strijdtoneel. De Marchi zat verkeerd en miste de boot. Hoewel er verder niet echt favorieten voor de eindzege ontbraken, trok Ineos lang door. Vooral Filippo Ganna toonde zijn kunde. Ook voorin bleef de situatie niet ongewijzigd. Mohoric trok een paar kleer flink door in dienst van zijn ploeggenoot Mäder, vooral in de afdaling. Alleen Mäder, Mollema en Cataldo bleven over.

Toen Mohoric kort na het beginnen van de slotklim San Giacomo klaar was met het doen van zijn werk, hadden de drie nog een kleine drie minuten voorsprong op het peloton, dat voornamelijk geleid werd door nog altijd Ganna. Pas op tien kilometer van de meet stopte de Italiaan. Vooraan bleven de drie lang samen, totdat op drieënhalve kilometer van de meet Mäder solo ten aanval ging. Mollema kon niet volgen.

Bijna op hetzelfde moment trok vanuit de groep der favorieten Daniel Felipe Martinez ten aanval, maar hij reed niet heel ver weg. Ondertussen loste Jai Hindley, de nummer twee van afgelopen jaar. De eerste echte grote aanval kwam van Egan Bernal, waarbij alleen Guilio Ciccone, Daniel Martin en Remco Evenepoel konden volgen.

Kort achter Mäder sprintte Bernal naar de tweede plek, waarmee hij belangrijke bonificatieseconden pakte, net als nummer drie Martin. Het was niet genoeg om Valter uit de roze trui te houden. Hij heeft elf seconden voorsprong op Evenepoel.

Mäder vreesde Roglic-scenario: ’Het gaat weer gebeuren’

Voor Mäder was het winnen van de etappe zijn eerste zege als profwielrenner. Al was hij eerder dit jaar in Parijs-Nice al heel dichtbij. Uiteindelijk werd hij toen op enkele tientallen meters van de streep werd bijgehaald door de Sloveen Primoz Roglic. „Zodra ik alleen voorop lag, kon ik alleen daar nog maar aan denken. Het gaat weer gebeuren”, zei de Zwitser. „Pas in de laatste honderd meter kon ik genieten en het vieren. Wat een heerlijk gevoel.”

Mäder was de laatste hoop in de plannen van Bahrain Victorious om zich op te richten na het wegvallen van de Spaanse kopman Mikel Landa. Die brak woensdag bij een val zijn sleutelbeen en moest opgeven. „Gisteren was zo’n treurige dag toen we Mikel kwijtraakten. We besloten voor hem te rijden en alles in de ontsnapping te stoppen. Het is zo fijn dat het nu wel lukt, nadat ik in Parijs-Nice naast de zege had gegrepen.”

Valter: ’Wit ongelooflijk, roze een droom’

Valter finishte als twaalfde en pakte het roze, nadat hij de dag ervoor al in de jongere trui reed. „In de witte trui mogen rijden was al iets ongelooflijks, maar de roze trui is een droom voor iedere wielrenner”, zei de Hongaar. „Dit is de eerste roze trui voor Hongarije. Ik kan niet trotser zijn.”

Valter zei dat zijn ploeggenoten er in de ochtend al grapjes over maakten en dat hij het nauwelijks kon geloven. „Dat gaf me echter ook een beetje vertrouwen. Toen ik met de klassementsrenners aan de voet van de slotklim kwam, heb ik alleen nog maar gedacht aan de roze trui en heb ik alles eraan gedaan om er bij te blijven. De klim was niet te steil en we gingen in een goed tempo omhoog, zonder dat iemand demarreerde. Toen Egan Bernal en Remco Evenepoel aanvielen, was het nog minder dan 2 kilometer en ik wist dat ik een halve minuut had. Ik kan niet gelukkiger zijn.”