Sport/Voetbal
1010074935
Voetbal

KNVB vraagt om begrip: ’Er wordt altijd iemand in zijn belang getroffen’

KNVB-advocaat Harro Knijff.

KNVB-advocaat Harro Knijff.

Utrecht - Advocaat Harro Knijff voerde bij het kort geding, dat SC Cambuur en De Graafschap hadden aangespannen tegen de KNVB, de verdediging namens de voetbalbond en vroeg aan de rechter begrip voor de lastige positie van zijn cliënt: „Welk besluit er ook genomen zou worden, een aantal bvo’s zou rechtstreeks in belangen worden getroffen.”

KNVB-advocaat Harro Knijff.

KNVB-advocaat Harro Knijff.

De KNVB-advocaat citeerde het bestuur betaald voetbal: „We realiseren ons dat we het nooit helemaal goed kunnen doen. De beslissingen kunnen pijnlijk zijn voor de clubs. Maar we proberen wel tot een zo zorgvuldig mogelijk proces te komen.”

Knijff bestreed de zienswijze van Segaar, dat er haastig en onzorgvuldig te werk zou zijn gegaan door de voetbalbond. „Cambuur en Graafschap wekken de indruk dat de KNVB besluiten in grote haast heeft genomen. Dat is niet juist. Na de eerste vrijheidsbeperkende maatregelen heeft de KNVB zich voortdurend beraad op vervolg van amateur- en profcompetities. Er zijn diverse video-conferences geweest waarop gesproken is met de clubs.”

Interessant was het moment waarop de rechter een kritische vraag stelde aan Knijff over de veelbesproken peiling van de clubs en het democratische gehalte daarvan. „Je zou ook kunnen zeggen: 16 plus negen clubs zijn 25 clubs die niet voor het besluit zijn van de KNVB. Ik vind dit lastig als je zegt: wij zijn een democratische club. Het lijkt haast een beetje een loterij zonder nieten voor de KNVB. Alle handen zijn vrij, de spelregels zijn onbekend.”

Knijff benadrukte dat de raadpleging geen stemming was maar een peiling. „Wij wilden graag de mening polsen van de bvo’s. In de vergadering van 24 april is het bestuur betaald voetbal kristalhelder geweest: het was een peiling en het bestuur neemt het besluit. Het bestuur betaald voetbal heeft ervoor gekozen om te onderzoeken of er draagvlak is bij de bvo’s voor een bepaald besluit. Als nu duidelijk zou zijn dat er een significante meerderheid voor een bepaald besluit is. Dan moet je als bestuur betaald voetbal erover nadenken of je je laat bepalen door dat aantal. Hier was het evident dat er een significant aantal betrokkenen die in de vergadering, ervoor en erna, te kennen hebben gegeven: ’wij willen niet oordelen over onze collega’s, bestuur betaald voetbal neem je verantwoordelijkheid’.”

Knijff voerde aan dat Segaar niet consequent is geweest in zijn betoog over promotie/degradatie-regeling en de bepaling „einde van een reguliere competitie” heeft genegeerd: „Cambuur en De Graafschap beroepen zich op een hinkstapsprong of een paardensprong, zo u wilt.”

Ook vond Knijff dat Segaar het niet bij het rechte eind had in zijn stelling, dat het bestuur betaald voetbal niet gerechtigd was dit besluit te nemen. „Het is duidelijk dat de bevoegdheid hierover bij het bestuur betaald voetbal ligt en niet bij de algemene vergadering”, aldus de KNVB-advocaat die ook wees op de publieke opinie. „Er was in die weken een mantra in de pers. ’Wanneer neemt het bestuur betaald voetbal zijn verantwoordelijkheid over het stopzetten van de competitie en de gevolgen die dat heeft voor de clubs?’ Het was voor iedereen duidelijk dat het bestuur betaald voetbal hier een beslissing over moest nemen.”

De suggestie van Segaar, dat er ruimte in de wedstrijdkalender gevonden kan worden voor een Eredivisie met twintig clubs door een streep te halen door het bekertoernooi, werd verworpen door Knijff. „Het bekertoernooi is een essentieel onderdeel van de voetbalagenda. Daar gaat veel geld in om. Er is geen draagvlak om het bekertoernooi te skippen om ruimte te maken in het wedstrijdprogramma.”

Knijff concludeerde in zijn betoog: „De KNVB is van oordeel dat er pas sprake kan zijn van promotie en degradatie volgens de geldende promotie degradatieregeling na afloop van de competitie. Dat laatste is helaas niet mogelijk. Daarom heeft het bestuur betaald voetbal in de gegeven omstandigheden en alle belangen afwegende om in dit bijzondere seizoen en onder deze bijzondere en onvoorziene omstandigheden geen promotie en degradatie te laten plaatsvinden. Het bestuur betaald voetbal stond voor een dilemma en daarin stond het bestuur niet alleen. Elf entiteiten die hun mening kenbaar konden maken hebben daarvan af gezien. Het bestuur betaald voetbal heeft een besluit genomen. Dat niet iedereen daar tevreden mee zou zijn was vooraf duidelijk. Maar dat zou het geval zijn geweest bij élk besluit dat het bestuur betaald voetbal zou hebben genomen. Dat ik hier vandaag zou zitten was een zekerheidje, maar het was de vraag of dat met RKC en ADO zou zijn of met Cambuur en De Graafschap.”

Inmiddels is de zitting gesloten. De rechter geeft aan volgende week met een uitspraak te willen komen en noemt donderdag 14 mei als streefdatum om dat uiterlijk te doen.