Sport/Voetbal
1285420246
Voetbal

Voetbalbond benadrukt dat ’het voetbal zijn verantwoordelijkheid pakt’

KNVB: ’Roep om steun uit Den Haag wordt harder en luider’

Algemeen directeur Eric Gudde van de KNVB.

Algemeen directeur Eric Gudde van de KNVB.

De KNVB rekent op extra financiële steun vanuit de overheid voor de voetbalclubs nu die zeker drie weken zonder publiek moeten spelen.

Algemeen directeur Eric Gudde van de KNVB.

Algemeen directeur Eric Gudde van de KNVB.

„Het maakt dat de roep om steun uit Den Haag nog harder en luider wordt. Dat zal het kabinet ook begrijpen. Zoals ze dat eerder ook al deden”, staat in een verklaring die namens het Nederlandse betaald voetbal is ondertekend door KNVB-directeur Eric Gudde, Jan de Jong (Eredivisie CV) en Marc Boele (Keuken Kampioen Divisie).

De KNVB klopte eerder al voor financiële steun aan bij de overheid toen het vorige voetbalseizoen in maart moest worden afgebroken vanwege het coronavirus. De clubs konden daardoor maandenlang niet voetballen en hadden ook geen inkomsten.

„Het voetbal heeft er echt alles aan gedaan en fors geïnvesteerd om een veilige situatie in stadions te creëren”, aldus de KNVB. „Wij menen ook dat dat heel goed gelukt is en onderzoek wijst dit ook uit. We zijn hiervoor overladen door complimenten door lokale overheden. Desalniettemin kiest Den Haag nu voor deze maatregelen. Dit hebben wij te accepteren. Helaas. Het voetbal pakt zijn verantwoordelijkheid.”

De voetbalbond noemt het „heel zuur” dat de komende drie weken bij geen enkel sportevenement publiek aanwezig mag zijn. „Te meer daar er geen enkel wetenschappelijk bewijs is tussen de aanwezigheid van publiek in een stadion en de stijging van het aantal coronagevallen in Nederland.”

De KNVB rekent erop dat deze maatregel van korte duur is. „We gaan ervan uit dat als een ieder zich aan de nieuwe maatregelen houdt, wij weer zo snel mogelijk met publiek kunnen spelen. En weer direct op het niveau waar we nu ook op zitten. Anders is de schade voor het voetbal en de overige sport in Nederland niet te overzien.”