Sport/Wielrennen
1299857531
Wielrennen

Niek Kimmann: ’Eer dat baanwielrenners aan mij denken’

Niek Kimmann pakt de wereldtitel tijdens het WK BMX in Papendal (2021)

Niek Kimmann pakt de wereldtitel tijdens het WK BMX in Papendal (2021)

AMSTERDAM - BMX-koning Niek Kimmann vindt het naar eigen zeggen een mooi compliment dat bondscoach René Wolff hem een ’superinteressante optie’ noemt voor de Nederlandse baanwielrenselectie. „Ik houd inderdaad van uitdagingen en sluit niet uit dat ik over een paar jaar de switch naar het baanwielrennen ga maken, maar voorlopig heb ik nog genoeg doelen en dromen in het BMX”, zegt de regerend olympisch kampioen.

Niek Kimmann pakt de wereldtitel tijdens het WK BMX in Papendal (2021)

Niek Kimmann pakt de wereldtitel tijdens het WK BMX in Papendal (2021)

door Nick Tol

Kimmann volgde de WK baanwielrennen in Saint-Quentin-en-Yvelines afgelopen week vanuit Californië, waar hij als huidige nummer drie in het klassement bezig is aan de slotfase van de Amerikaanse BMX-competitie. Vanuit de Verenigde Staten zag de 26-jarige Overijsselaar ook hoe de Oranje-baanwielrenners voor het eerst in vijf jaar geen WK-goud wonnen op de teamsprint, omdat de 34-jarige starter Roy van den Berg wegens rugklachten niet zijn topniveau haalde.

Kimmann wordt gezien als de gedroomde kandidaat om de Oranje-basis op de teamsprint te versterken. „Uiteraard vind ik het een eer dat ze aan me denken, maar ik vind het te makkelijk om te stellen dat ik een van die mannen ’even’ van de troon ga stoten. Als ik al bij hen in de buurt kan komen, zijn daar héél veel trainingsuren voor nodig. Bovendien vind ik dat je deze toppers sowieso niet meteen moet afschrijven na één slechte wedstrijd.”

Kimmann kent alle leden van het Nederlandse baanwielrenteam door hun gezamenlijke BMX-verleden. Hij is zelfs bevriend met Harrie Lavreysen, Jeffrey Hoogland en Van den Berg. „Ik heb ontzettend veel respect voor deze jongens en weet zeker dat ze hier alleen maar sterker gaan uitkomen. Wie weet dat ik hen over een paar jaar ga proberen te versterken, maar dan zal je mij zeker niet hoog van de toren zien blazen.”