Nieuws/Sport
13017566
Sport

Zonderland valt: ’Ik moet fitter worden’

Epke Zonderland na afloop. Het Nederlandse herenteam in actie in de kwalificatieronde van het WK turnen.

Epke Zonderland na afloop. Het Nederlandse herenteam in actie in de kwalificatieronde van het WK turnen.

STUTTGART - Zijn teamgenoten hadden Nederland al kansloos gemaakt om de Spelen met de ploeg te halen. Maar Epke Zonderland verprutste bij de WK turnen in Stuttgart ook zijn eerste alternatieve route via een finaleplaats aan de rekstok. De titelverdediger viel eruit na zijn eerste vluchtelement, de Cassina.

Epke Zonderland na afloop. Het Nederlandse herenteam in actie in de kwalificatieronde van het WK turnen.

Epke Zonderland na afloop. Het Nederlandse herenteam in actie in de kwalificatieronde van het WK turnen.

„Ik pakte mis, jammer, met de vorm die ik vandaag had was het misschien mogelijk geweest.” Even ervoor had hij op brug een alleszins redelijke oefening (14,333) geturnd, maar voor het teamresultaat was het al te laat. Nederland zat te ver af van de scores die nodig waren om in de top twaalf te eindigen en daarmee deelname aan Tokio 2020 af te dwingen. „Het is balen, vooral voor het team, we hebben hier zo naartoe gewerkt.” Zonderland was niet topfit. De holtes speelden hem de weken voorafgaand na een verkoudheid weer parten. „Ik moet fitter worden, over zes weken moet ik er weer staan bij de eerste wereldbekerwedstrijd.”

Het is nu de route naar Tokio voor Zonderland, die al twee wereldbekerwedstrijden won. Er volgen er nog vier. De beste drie resultaten tellen voor het klassement waarvan de winnaar naar de Spelen mag. Maar nog een overwinning is niet per se genoeg. Een andere turner kan ook drie keer winnen met hogere scores.

Alleen Deurlo kan lachen om turndrama

De ontreddering was groot bij de Nederlandse turnploeg die maandag op de WK in Stuttgart verzuimde voor de tweede keer op een rij een teamticket voor de Olympische Spelen te veroveren. De negentiende plaats met een zeer tegenvallende score ook van 240,326, plaatste Nederland terug in de tijd. Het toestel sprong gaf de genadeslag: Bart Deurloo, Casimir Schmidt en Frank Rijken faalden op het moment dat de inhaalslag met Duitsland moest beginnen.

Op brug en rek, toen het teamticket al buiten bereik was, was de fut eruit en tot overmaat van ramp viel Epke Zonderland uit de rekstok. Alleen Deurloo hield aan de WK een olympisch ticket over. Dat was in de mixed zone nog niet officieel, maar werd later door turnfederatie FIG bevestigd. „Ik wil het eerst zwart op wit zien”, zei de Rotterdammer toen hem het goede nieuws ter ore kwam. Er verscheen een voorzichtige glimlach op zijn gezicht. Het was ook nogal dubbel, eerst die teleurstelling en vervolgens het goede nieuws. „Het is heel jammer voor de rest, ik gun het iedereen. Maar het is een individuele sport.”

Over de teamprestatie was Deurloo ontgoocheld. „Het was een klap”, keek hij terug. Nederland was vorig jaar nog zevende bij de WK in Doha. Het was begonnen met een degelijk optreden op vloer: Schmidt met de hoogste score: 14,033. Het ging naar paard/voltige, waar ten opzichte van de WK van vorig jaar 1,4 punt werd gewonnen. Hier was Deurloo de beste: 13,166. Ringen verliep moeizaam. De Nederlanders gaven ruim 2 punten toe op richtpunt Duitsland, dat elfde stond en gepasseerd moest worden omdat de Zwitsers dat zeker zouden doen. De top twaalf was nodig om als team naar Tokio te mogen reizen.

Het zag er al niet goed uit. Maar op het toestel sprong, met slechte landingen van Deurloo, Schmidt en Frank Rijken, liep het gat met de Duitsers op naar bijna 4 punten. Dat viel niet meer te repareren. Ook niet met Zonderland die op brug en rek uitkwam en op dat laatste toestel deelde in de malaise.

Negentiende, bondscoach Bram van Bokhoven was zeer teleurgesteld. De klassering was ook het gevolg van het onderweg verloren geloof. „Na sprong weet je dat het moeilijk wordt de wedstrijd uit te turnen, om de druk erop te houden.” Te veel woorden wilde Van Bokhoven er kort na de wedstrijd in de Hanns-Martin-Schleyer-Halle nog niet aan vuil maken. „Ik heb altijd geleerd: als iets pijn doet, moet je het even klein houden. Maar voor het team is de kans op de Spelen verkeken. Daar balen we nog wel een tijdje van.”