Sport/Voetbal
1607872072
Voetbal

Supertrotse Arne Slot: ’Dit is ongelooflijk knap’

Een lachende Arne Slot omhelst assistent Marino Pusic.

Een lachende Arne Slot omhelst assistent Marino Pusic.

PRAAG - Arne Slot is meestal de rust zelve, maar in Praag kan de trainer van Feyenoord zijn enthousiasme en trots nauwelijks de baas. De hele leiding én aanhang van de Rotterdamse club, met 3000 man sterk vertegenwoordigd op wéér een mooie buitenlandse voetbaltrip, zijn blij dat de coach zich na het veiligstellen van Europees voetbal na de winter zo lovend uitlaat.

Een lachende Arne Slot omhelst assistent Marino Pusic.

Een lachende Arne Slot omhelst assistent Marino Pusic.

Slot vertelt op de persconferentie na afloop van Slavia Praag-Feyenoord (2-2) voluit over de ongekende prestatie van zijn team. Hoe hoog hij die prestatie aanslaat, bewijzen de woorden die hij aan het slot van zijn betoog uitspreekt: „Ook als we hadden verloren, was ik trots geweest op dit team. Als je ziet wat we vooral qua spel hebben neergelegd, niet alleen hier in Praag maar ook in vorige ronden, dan is dat ongelooflijk knap. Maar nu we na vijf wedstrijden al groepswinnaar zijn en de buit binnen hebben, ben ik nóg trotser.”

Niet nieuw

Er zijn dit seizoen al genoeg verwijzingen geweest naar het Feyenoord van Dick Advocaat, die minder offensief speelde dan zijn jongere opvolger. Toch haalt Slot juist een kwaliteit naar voren die hij onder Advocaat bij Feyenoord ontdekte en die er kennelijk is ingeslepen bij de spelers. Slot: „Wat Feyenoord hier in Praag liet zien, is dat het in staat is terug te komen van een achterstand. Niet alleen tegen Slavia, maar juist heel vaak. Dat is voor mij niet nieuw, want dat heb ik vorig jaar onder Advocaat heel vaak waargenomen. Dat is knap, als een ploeg dat vermogen heeft. En iedereen weet dat we juist die kwaliteit in de afgelopen weken hard nodig hebben gehad.”

In Praag werden bovendien flink wat hindernissen opgeworpen die een goed resultaat voor Feyenoord aanvankelijk in de weg zouden zitten. De blunders van de Israëlische doelman Ofir Marciano, die twee goals kostten. Het wegsturen van Guus Til, die dacht dat een flinke tackle hem alleen geel opleverde maar die toch met rood van het veld moest. Bryan Linssen viel uit met een oogblessure en de thuisclub ging zo tekeer dat die een berg gele kaarten pakte, maar ook voor gevaarlijk theater zorgde.

Bizar

Slot: „De rode kaart voor Guus – even los van de overtreding die ik nog moet terugzien – was het meest bizarre wat ik ooit heb gezien. Ik dacht eerst dat hij nog had staan protesteren en een tweede gele kaart had gekregen. Toen zei Guus zelf, nee de scheids heeft die kaart omgedraaid en er rood van gemaakt op aanwijzing van zijn grensrechter. Ach, het hoort er kennelijk allemaal bij.”

Het gelijkspel dat Feyenoord dankzij zijn supersub Cyriel Dessers afdwong, zorgde voor een klein feestje in het hotel na afloop. Het is zeven jaar geleden dat Feyenoord overwinterde. Niet alles was natuurlijk goud dat er blonk op het veld. Het optreden van keeper Marciano vraagt nog wel wat nazorg.

Slot: „Het is misschien de eerste keer in zijn leven dat hij twee tegengoals krijgt door twee fouten van hem zelf op dit niveau. Ik heb hem voorgehouden dat je dan voor een goede reactie moet zorgen. Dessers was na ons puntenverlies tegen RKC, toen hij kansen miste, de gebeten hond in de media. Maar kijk waar hij nu staat. Dat is het leven van een keeper en een spits, soms ben je de held, soms de schlemiel. Het is nu aan Marciano om terug te komen zoals Dessers. Dat zou ik heel mooi vinden.”

Goud waard

In de competitie had de Belgische spits de smaak al een tijdje te pakken, maar in Europa is Dessers nu dus ook goud waard voor Feyenoord. In Praag maakte hij zijn tweede en derde Europese doelpunt. De eerste kwam uiteraard op 4 november in Berlijn tegen Union Berlin, waar hij Feyenoord redde.

De hele Europese campagne van Feyenoord zit vol doelpunten en is in handen van zes spelers. Luis Sinisterra staat op zeven goals, Guus Til op zes, Alireza Jahanbakhsh heeft er vier, Bryan Linssen heeft de teller op drie staan, net zoveel dus als de hem vaak aflossende Dessers en Orkun Kökcü vond één keer het net.

Dessers was supertrots na afloop op de prestatie van de hele ploeg, zonder veel stil te staan bij zijn eigen optreden. „Ik vind het niet collegiaal om over mijn doelpunten te spreken of over een basisplaats. Dat is niet fair naar mijn collega-spitsen of de trainer. Ik probeer er gewoon elke keer te staan als spits als ik moet invallen. Of het nu in de 85e, de 65e minuut of de 25e minuut is. Ik wil mijn ding doen en dat lukt steeds, daar ben ik heel blij om.”

„Van alle groepen hadden wij naast Vitesse misschien wel de zwaarste tegenstanders. Het is heel knap dat we een ronde voor het einde al zeker zijn van groepswinst en overwintering. Nog knapper is het dat we zo’n wedstrijd met tien man over de streep trekken.”