Sport/Wielrennen
174141069
Wielrennen

’Dubieuze praktijken bij anti-dopinginstanties’

George Hincapie in 2012.

George Hincapie in 2012.

„Sportrechtspraak is een grap. De anti-dopinginstanties doen wat ze willen. Dat heeft niks met recht te maken”, benadrukt Johan Bruyneel.

George Hincapie in 2012.

George Hincapie in 2012.

„George Hincapie, Michael Barry, Levi Leipheimer en Christian Vande Velde hebben duidelijk aangegeven dat ze doping aan andere renners hebben gegeven. Traffic betekent volgens de regels een schorsing van vier jaar. Hoe kan het dat ze dan toch maar zes maanden hebben gekregen?”

Een ander voorbeeld dat Bruyneel noemt is zijn oud-teamarts Luis Garcia del Moral. In eerste instantie werd hij levenslang geschorst, maar drie dagen voor het proces van Usada staat de Spanjaard op als nieuwe getuige.

„Hij legt dan ineens alle schuld in mijn schoenen en zijn straf wordt gereduceerd naar vijf jaar. Hij heeft wel verklaard dat hij vanaf 1992 bij de Spaanse wielerbond al wielrenners doping heeft toegediend. Later, nadat hij bij ons aan de kant is gezet, heeft hij in 2004 nog bloedtransfusies bij Floyd Landis en Leipheimer toegediend. Hij geeft dus toe dat hij voor en na zijn tijd bij US Postal verboden middelen aam sporters heeft gegeven. Door zijn getuigenis tegen mij krijgt hij echter een strafvermindering. Niemand vraagt zich af hoe betrouwbaar deze man is. Ook voormalig UCI-voorzitter Brian Cookson heeft de strafvermindering ondertekend.”

In beroep tegen zijn levenslange schorsing gaat Bruyneel niet. „De anti-dopinginstanties kunnen vrijuit hun eigen reglementen keer op keer aanpassen om zo tot de voor hen gewenste uitspraak te komen. Ik kan in beroep gaan, maar dat betekent weer dat we lange procedures moeten ingaan. Usada heeft geen rapport tegenover Armstrong en mij opgesteld, maar een roman gemaakt om zo de gevoelens van de mensen te manipuleren. Ik voel er weinig voor om nog eens jarenlang met hen het gevecht aan te gaan.”