Nieuws/Sport
184469
Sport

Alleen als alles klopt, wint Dumoulin de Giro

Column Giro: 'Waken voor euforie'

Raymond Kerckhoffs

Raymond Kerckhoffs

Voorbij de finish verscheen er een glimlachje op het gelaat van Tom Dumoulin. Op de veertien kilometer lange klim naar Foza, de laatste col van deze honderdste editie Giro d’Italia, kon Tom Dumoulin de Ronde van Italië nog niet winnen, maar wel verliezen.

Raymond Kerckhoffs

Raymond Kerckhoffs

Hij wist dat hij op deze Passo een spervuur van demarrages zou moeten beantwoorden. Met zes renners binnen de anderhalve minuut in de top van het klassement en de off-day van Dumoulin een dag eerder roken zijn directe rivalen immers bloed. Met het verlies van ‘slechts’ vijftien seconden hield de Maastrichtenaar de beste papieren op de eindoverwinning.

Toch moet men binnen Team Sunweb waken voor teveel euforie. In de 30 kilometer lange tijdrit van het autocircuit Monza naar de Duomo van Milaan moet Dumoulin iedere kilometer 1,81 seconde goed maken op roze truidrager Nairo Quintana. Niet alleen de Colombiaan staat 53 seconden voor hem, maar ook Vincenzo Nibali (14 seconden) en Thibaut Pinot (10 seconden) moet hij nog voor zich dulden.

Met zijn tijdrijderskwaliteiten zou hij in principe de Trofeo Senza Fine moeten veroveren. Normaal komt immers alleen Pinot enigszins in de buurt van Dumoulin wanneer er tegen de chronometers wordt gestreden.

Alleen gelden er in de slottijdrit van een grote ronde vaak andere wetten. Dit is niet alleen specialistenwerk, maar hier geldt ook de wet van de frisheid. Wie is het minst uitgemergeld na drie weken beulswerk. En zeker na deze loodzware Giro d’Italia was het de afgelopen dagen duidelijk dat alle toppers ook aan het einde van hun latijn zijn. Een routinier als de 36-jarige Laurens ten Dam benadrukte met zijn veertien deelnames aan een grote ronde dat hij nog nooit zoveel bergen in drie weken tijd had gezien.

Misschien was de gunstigste constatering in Asiago wel dat duidelijk werd dat Dumoulin een etmaal na zijn slechte dag naar Piancavallo weer hersteld lijkt. De vrees dat hij in de slotdagen van deze Giro er helemaal doorheen zat, blijkt niet gegrond. Op de slotklim had nog genoeg power in zijn benen en juist die power moet hij in de tijdrit laten gelden.

Normaal komt Dumoulin het beste tot zijn recht in een glooiende tijdrit. Toch biedt deze vlakke tijdrit ditmaal een voordeel voor hem. Op vlakke wegen worden immers hogere snelheden gehaald, waardoor de aerodynamische houding van een renner optimaal rendeert. Tegenover Quintana zit Dumoulin veel gestroomlijnder op de fiets en daaruit moet hij zeker voorsprong halen. Qua zelfverzekerdheid staat de Maastrichtenaar ook voor, want na de laatste bergrit voelde hij zich de morele winnaar.

Verder is het nu een groot voordeel dat hij al in een aantal tijdritten onder een enorme druk heeft moeten presteren. Zo keek tijdens de Tourstart in Utrecht 2015, de Girostart in Apeldoorn 2016 en de olympische tijdrit in Rio de Janeiro al héél het land en héél de wielerwereld over zijn schouders mee. En in die drie beproevingen bleek Dumoulin zich van zijn beste zijde te laten zien.

Binnen Team Sunweb blijft iedereen zo normaal mogelijk doen. ‘Business as usual’ moet iedereen ondanks deze hoogspanning uitstralen. Op het autocircuit in Monza wil men alle ploegen in een box in de pitstraat hebben, maar de ploeg probeert toch te regelen dat Dumoulin zijn warming-up normaal voor de bus kan doen.

Daarbij blijft iedereen benadrukken dat de winst nog niet binnen is. Zo werd er al gesproken over de ontknoping van de Tour de France van 2008. Tijdrijder Cadel Evans zou het verschil van 1’34 op Carlos Sastre gemakkelijk goed kunnen maken in de 53 kilometer lange slottijdrit. Uiteindelijk wist de Australiër slechts 29 tellen terug te winnen, waardoor Sastre alsnog die Tour op zijn naam schreef.

Voor dat scenario probeert men binnen Team Sunweb te waken. De Giro-zege van Tom Dumoulin is mogelijk, maar dan moet in de laatste 30 kilometers ook alles goed vallen. De focus, de rust en de benen moeten optimaal zijn. Daarom is het goed dat niemand binnen het team over winnen wilde spreken, laat staan dat er gejuicht werd. De nuchterheid die de ploeg van teammanager Iwan Spekenbrink soms misschien wel een saaie uitstraling gaf, kan nu wel eens hun belangrijkste wapen zijn.