Nieuws/Sport
1954816108
Sport

Vetter luistert rentree op met zilveren medaille

APELDOORN - Anouk Vetter heeft haar rentree bij de NK indoor in Apeldoorn met zilver bij het verspringen. „Het was leuk, maar ook spannend. Belangrijk was dat ik er heel veel zin in had”, zei de meerkampster.

Dat was in oktober vorig jaar wel anders. Vetter, in 2016 Europees kampioene op de zevenkamp en in 2017 winnares van het brons op de WK, was alle plezier in haar sport kwijt en gaf bij de WK in Doha op na zes onderdelen. Ze zat mentaal in een diep wak en het lukte haar niet eruit te klimmen.

Negatieve dingen

Vetter (27) was toe aan een lange vakantie en ze nam na Doha uitgebreid de tijd voor zichzelf. „Ik heb veel gepraat met een psycholoog en ook met Charles van Commenée, de hoofdcoach van de Atletiekunie. Het is me gelukt weer bij mezelf te komen en daar ben ik trots op. Ik zag afgelopen zomer alles grauw en alleen maar negatieve dingen. Ik ben gaan inzien dat het allemaal niet zo heftig is, dat ik de sport belangrijker heb gemaakt dan goed voor me is.”

Vetter voelt zich een nieuw mens. „Ik was altijd een stresskip en dat zal ik echt wel een beetje houden, maar ik sta nu echt heel anders in het leven en voel me gelukkig. Ik hoef geen toneelstukje meer op te voeren.” Ze traint weer met plezier en ook gewoon weer bij haar vader Ronald Vetter. „Die zei dat onlangs nog dat ik er goed voor sta. Nou, dat was fijn om te horen. Die 6,11 meter was ook niet zo slecht, maar je wilt altijd verder.”

Zekerheid

De geboren Amsterdamse heeft er weer zoveel zin in dat ze uitziet naar de Olympische Spelen in Tokio. „Ik kan nog steeds teren op de score van mijn zevenkamp bij de EK van 2018 in Berlijn, maar ik kies voor zekerheid. Eind mei wil ik een goede zevenkamp draaien in Götzis en me definitief plaatsen voor Tokio.”

60 meter: Van Gool en Seedo pakken titels

Joris van Gool en N’ketia Seedo hebben de titels veroverd op de 60 meter. Van Gool, vorig jaar winnaar van het brons op de EK in Glasgow, won het goud op de kortste sprintafstand in 6,62. Dat was net iets boven zijn Nederlands record van 6,59, dat hij eerder dit indoorseizoen vestigde.

Het goud voor Seedo was niet eens een verrassing, want de pas 16-jarige Utrechtse had zich in aanloop naar de NK al onderscheiden met rappe tijden en zich in de favorietenrol gemanoeuvreerd. Ze won de finale in een persoonlijk record van 7,24 en nam de titel over van de afwezige Dafne Schippers.

Van Gool was oppermachtig in Apeldoorn. Hij won zijn serie en halve finale afgetekend en kwam in de finale met ruime voorsprong op de rest over de meet. De talentvolle Raphael Bouju, 17 jaar pas, sprintte naar het zilver in 6,70. Hensley Paulina, de regerend Nederlands kampioen op de 100 meter, pakte het brons in 6,72.

Seedo troefde erkende sprinters als Naomi Sedney en Marije van Hunenstijn af. Sedney snelde naar het zilver in 7,28, Van Hunenstijn, al zeker van deelname op de olympische 100 meter in Tokio, eindigde als vierde 7,35. De bronzen plak was voor hordespecialiste Nadine Visser met 7,30.

Polsstokhoogspringen: Koppelaar evenaart Nederlands record

Rutger Koppelaar heeft het Nederlands record bij het polsstokhoogspringen geëvenaard. Hij reikte tot een hoogte van 5,75 meter, dezelfde hoogte die Rens Blom in maart 2003 ook bedwong in Birmingham. Koppelaar onttroonde bij de NK indoor Menno Vloon, die met 5,85 meter de Nederlands recordhouder is in de buitenlucht. Vloon ging over 5,60 en nam het zilver in ontvangst.

Koppelaar en Vloon probeerden allebei nog de olympische limiet van 5,80 meter te slechten, maar hun pogingen op deze hoogte mislukten. „Voor die 5,80 had ik een perfecte sprong nodig, maar die kwam er niet uit”, zei de Zoetermeerder, die met grote bewondering deze winter heeft gekeken naar de Zweed Armand Duplantis, die tot twee keer toe het wereldrecord verbeterde en het op 6,18 meter heeft gezet. „Dat is wel heel vet om mee te maken. Ik voel me bevoorrecht dat ik dezelfde wedstrijden spring als die jongen. Hij springt zo makkelijk.”

Wil Koppelaar dergelijke hoogten ooit kunnen benaderen, dan moet hij vooral sneller worden. „Sneller aanlopen, beter insteken en sneller werken met mijn armen; ik heb nog veel om aan te werken. Aan de sprongen van Duplantis is weinig te verbeteren. Hij springt met een langere stok dan ik (5,20 om 5,10 meter) die ook minder makkelijk buigt. Om daarmee te springen, moet je heel veel snelheid hebben en die heeft hij.”