Sport/Tour de France

Renners kwaad op Tourorganisatie én politie

’Alsof ze vergif in mijn keel hadden gesproeid’

De renners hadden veel last van de pepperspray

De renners hadden veel last van de pepperspray

Hollandse Hoogte

De eerste Pyreneeënetappe in de Ronde van Frankrijk was een bijzonder woelige. Eerst was er een boerenprotest, daarna kwam Philippe Gilbert zwaar ten val.

De renners hadden veel last van de pepperspray

De renners hadden veel last van de pepperspray

Hollandse Hoogte

Na afloop wonden onder anderen de Belgische wielrenners Jelle Vanendert en Yves Lampaert zich behoorlijk op. Volgens Vanendert had de Tourorganisatie boter op het hoofd voor de val van Gilbert, terwijl Lampaert niet begreep dat de politie pepperspray gebruikte om het boerenprotest op te breken.

„Ik vind dat de signalisatie in deze Ronde van Frankrijk echt nul is bij de afdaling. Het is heel moeilijk in te schatten hoe sommige bochten lopen. Soms wil je dan risico’s nemen als je bijvoorbeeld voor de zege gaat. Dat gaat drie, vier bochten goed, maar dan word je ineens verrast door een haarspeldbocht”, zei de man van Lotto-Soudal voor de camera’s van Sporza.

Een fout met zware gevolgen, want Gilbert moest uiteindelijk opgeven.

Eerder was de rit ook al geneutraliseerd doordat enkele Franse boeren de weg versperd hadden. Daar kon zelfs boerenzoon Lampaert niet om lachen. „Zoiets is natuurlijk niet de juiste manier om te protesteren, daar maak je je niet populair mee. Ze zouden beter iets ludieks met tractoren ofzo doen zoals de Belgische boeren.”

Het optreden van de Franse politie kon echter op weinig begrip rekenen. De gendarmes grepen in met pepperspray, waarop het peloton last kreeg van tranende ogen. „Dat was niet het fijnste gevoel”, aldus Vanendert. „Water maakt het in zo’n geval alleen maar erger. Gelukkig had de rondedokter oogdruppels bij, anders had dit nog vervelend kunnen worden.”

„Vooral die pepperspray was toch fout van de politie”, wond Lampaert zich op. „Dat was bruut. Ik dacht eerst dat ze vergif in mijn keel hadden gesproeid. Die zonder bril reden hadden last van de ogen, zelf had ik alleen wat prikkeling in de keel en was ik wat kortademig. Ik dacht: wat is dat hier?”