Sport/Wielrennen

Dumoulin: ’Ik heb twee weken als een zombie rondgelopen’

Tom Dumoulin

Tom Dumoulin

Raymond Kerckhoffs

STUTTGART - Tom Dumoulin eindigde als vierde in de Ronde van Duitsland, maar dat hij überhaupt in de buurt van het podium kwam, verbaasde de Limburger al.

Tom Dumoulin

Tom Dumoulin

Raymond Kerckhoffs

„Eigenlijk heb ik slechts anderhalve week een beetje getraind na de Tour de France”, aldus Dunoulin. „Eigenlijk ben ik nog nooit zo naar de kloten uit een grote ronde gekomen. Ik zei twee weken na de Tour nog tegen Thanee (zijn verloofde, red.) dat ik niet wist wat er met me aan de hand was. Ik had na de Tour het gevoel dat ik voortdurend als een zombie rondliep.”

Vormpiek

Hoewel Dumoulin vrij veel criteriums reed, kostte het hem enige moeite om weer serieus de trainingen op te pakken. „Bij mijn eerste tochten voelde ik me echt niet goed. Ik heb me toen echt wel afgevraagd of het nog wel ging lukken om een vormpiek richting de WK op te bouwen. Gelukkig vind ik fietsen alleen maar leuker worden. Voor mij is het echt geen straf om vijf uurtjes door de Ardennen te toeren. Vorige week zijn we nog enkele dagen op vakantie gegaan nabij Siena in Toscane. Daar maakte ik voor het eerst weer een trainingsrit waarbij het me opviel dat mijn lichaam het weer aankon.”

De vraag of slechts één serieuze rittenkoers tussen de Tour en de WK voldoende is, wimpelt hij weg. „Voor mij wel. Voor de tijdritten heb je sowieso geen koersritme nodig, voor de wegwedstrijd kan dat wel verstandig zijn. Ik ben echter altijd goed na een trainingsperiode. Ik maak me er niet zo druk over. Moeilijker is de combinatie tussen beide tijdritten en de wegwedstrijd. Voor de tijdritten moet je juist lange blokken doen, terwijl je voor de weg wel die punch nodig hebt. Het enige jaar dat ik een goede wegwedstrijd reed, viel mijn prestatie in de tijdrit tegen (Richmond 2015, red.).”

Voorkeur

Bij het WK in Innsbruck ligt zijn focus net zoals vorig jaar in het Noorse Bergen op de individuele tijdrit. „Als je me vraagt waar mijn voorkeur naar uit gaat, dan is dat de wegwedstrijd. Maar daar heb ik de minste kansen. Ik word liever opnieuw wereldkampioen tijdrijden, zodat ik nog een jaar in die mooie trui kan rijden, dan dat ik als vijfde in de wegwedstrijd eindig. Al is het bergachtige wegparcours met een steile klim niet in mijn nadeel. Natuurlijk hoop ik daar ook goed uit te pakken. Ik klim dit seizoen immers beter dan ooit.”