2621939
Voetbal

Van den Brom na gelijkspel tegen PEC langstzittende trainer van AZ

’Tijd allesbepalend in vluchtige wereld’ voor Van den Brom

Als presentje voor de 182e keer dat John van den Brom op de bank van AZ zit, ontvangt de trainer een collage uit handen van technisch directeur Max Huiberts en algemeen directeur Robert Eenhoorn.

Als presentje voor de 182e keer dat John van den Brom op de bank van AZ zit, ontvangt de trainer een collage uit handen van technisch directeur Max Huiberts en algemeen directeur Robert Eenhoorn.

In een tijd waarin clubs en trainers vaak snel afscheid van elkaar nemen, is de prestatie van John van den Brom een extra bijzondere. Gistermiddag zat de 51-jarige oefenmeester voor de 182e keer op de bank bij AZ, waarmee hij de langstzittende trainer in de clubgeschiedenis is. Alleen het onnodige gelijkspel tegen PEC Zwolle (2-2) was een smetje op zijn mijlpaal.

Als presentje voor de 182e keer dat John van den Brom op de bank van AZ zit, ontvangt de trainer een collage uit handen van technisch directeur Max Huiberts en algemeen directeur Robert Eenhoorn.

Als presentje voor de 182e keer dat John van den Brom op de bank van AZ zit, ontvangt de trainer een collage uit handen van technisch directeur Max Huiberts en algemeen directeur Robert Eenhoorn.

De spelers hadden je wel een mooier cadeau mogen bezorgen…

„Ik vind het te makkelijk om alleen de spelers hiervan de schuld te geven. We doen het met z’n allen, hè? Dat neemt niet weg dat ik erg baal van dit gelijkspel. We speelden niet best, maar na de 2-1 van Guus Til hadden we de wedstrijd nooit meer uit handen mogen geven. Op dat gebied, het kapotmaken van wedstrijden, kunnen we nog wel wat winst behalen.”

Toch was het voor jou ook een bijzondere dag. Je werd voorheen omschreven als clubhopper, maar zit nu al voor het vijfde seizoen bij AZ op de bank.

„Het ging op een gegeven moment heel snel. Ik ging van AGOVV naar ADO, Vitesse en Anderlecht. Het was elke keer een sportieve verbetering. Volgens mij zou iedereen dat doen in zo’n positie, maar ik werd al snel omschreven als ’clubhopper’. Ach, het zij zo. Feit is dat ik me nu ontzettend fijn voel bij een goed georganiseerde club, waar in de leiding altijd rust heerst. Bovendien doen we het goed als je kijkt naar de ontwikkeling van spelers, wedstrijdresultaten en transfers. Ik krijg nu de erkenning van langstzittende trainer, en daar ben ik hartstikke trots op, maar er staat een organisatie achter me die ook elke dag kei- en keihard werkt om dit voor elkaar te boksen. Dat zal ik nooit vergeten.”

Je raakt elke zomer je beste spelers kwijt. Van Janssen en Weghorst tot Jahanbakhsh en Berghuis. Toch lukt het telkens relatief snel om de boel weer op orde te krijgen. Wordt daar te licht over gedacht?

„Soms wordt het misschien snel vergeten. Anderzijds heeft het ook geen zin om daarover te blijven praten, want je moet door. Tijd is daarin een allesbepalende factor in deze vluchtige voetbalwereld. Kijk naar Janssen, Weghorst en Jahanbakhsh. Toen zij binnenkwamen, waren ze echt niet zo goed als ze nu zijn. Door ze tijd en vertrouwen te geven, werden ze beter en beter. Ondertussen moeten wij als staf de voorwaarden creëren om spelers optimaal te laten renderen. Op dit moment zitten we in zo’n situatie met Bjørn Johnsen. Die moet ook wennen. Nou, dan hebben we geduld met zo’n jongen.”

Je contract loopt vooralsnog door tot medio 2019. Zie je een rol zoals Ferguson bij Manchester United voor jezelf weggelegd bij AZ?

„Nou, ik denk niet dat ik tot mijn zeventigste doorga, haha. Verder leef ik vooral in het heden. Een planning qua carrièreverloop heb ik niet echt. Je kunt wel steeds met de toekomst bezig zijn, maar die heb je toch niet in de hand. Er kan van alles gebeuren, ook qua gezondheid. Ik zie wel wat er op mijn pad komt. Voor mij is het allerbelangrijkste dat ik me goed voel bij een club. En dat is bij AZ zeker het geval.”

Wat is je mooiste moment tot dusver bij AZ?

„Het allermooiste vond ik misschien wel mijn eerste jaar. Ik nam tussentijds het hoofdtrainerschap over van Marco van Basten toen we ergens in het rechterrijtje stonden. Marco ging door als assistent, samen met Dennis en Martin Haar. Uiteindelijk eindigden we als derde, met een heel mooi elftal. Dat was een ultieme bekroning van dat seizoen. Maar er zijn meer mooie momenten. Het overwinteren in Europa en het spelen van twee bekerfinales, bijvoorbeeld. Natuurlijk is het klote dat je ze niet wint. Maar je speelt ze wel. En het traject ernaartoe, met heel mooi voetbal, was geweldig. Een tastbare prijs ontbreekt vooralsnog, maar wie weet wat dit seizoen gaat brengen.”