Sport/Schaatsen

Nieuw toernooi op schaatskalender: ’Er is geen tijd te verliezen’

Kramer en Wüst strijden om speciale titel

Ireen Wüst en Sven Kramer zijn al jaren de twee boegbeelden van het Nederlandse schaatsen.
1 / 2

Ireen Wüst en Sven Kramer zijn al jaren de twee boegbeelden van het Nederlandse schaatsen.

Hollandse Hoogte

HEERENVEEN - Zaterdag wordt het eerste NK voor clubs gehouden in Thialf. Het wordt een kampioenschap waarbij junioren, senioren en olympisch kampioenen als Sven Kramer (Hardrijders Club Heerenveen) en Ireen Wüst (IJsclub Tilburg) gezamenlijk strijden om de titel Beste Schaatsclub van Nederland.

Ireen Wüst en Sven Kramer zijn al jaren de twee boegbeelden van het Nederlandse schaatsen.
1 / 2

Ireen Wüst en Sven Kramer zijn al jaren de twee boegbeelden van het Nederlandse schaatsen.

Hollandse Hoogte

„Tijdens de afgelopen Olympische Spelen hebben we het hele land weer blij gemaakt met prachtige prestaties en dat willen we over twaalf jaar nog steeds”, vertelt de coach van Team Lotto-Jumbo. „En om kampioenen te maken, ben je afhankelijk van wat er van onderaf naar boven komt. Op dit moment ziet dat er niet geweldig uit. Met het NK voor clubs keren we terug naar de basis en willen we verenigingen en jonge schaatsers prikkelen en inspireren.”

Nico Hofman, Jac Orie en Sicco Janmaat van Lotto-Jumbo.

Nico Hofman, Jac Orie en Sicco Janmaat van Lotto-Jumbo.

Hollandse Hoogte

Bij de junioren rijden de jongens en meiden een 500, 1000 en 1500 meter. De senioren leggen ook nog een drie kilometer af. De huidige ranglijst is gebaseerd op de beste tijden die leden van verenigingen in de afgelopen jaren hebben gereden. De veertien beste clubs mogen meedoen.

Janmaat hoopt dat het NK voor clubs in de toekomst de officiële start van het Nederlandse schaatsseizoen wordt. „Het zou mooi zijn als we uiteindelijk een paar goede sponsors vinden en aan de KNSB laten zien dat hier draagvlak voor is. Het leeft nu al, maar het zou helemaal mooi zijn als clubs dit straks met rood gaan omcirkelen in hun agenda. En belangrijker: dat het bijdraagt aan die clubliefde van weleer. Want willen we in de toekomst nog steeds genieten van schaatssucces, dan zullen we toch echt bij de clubs moeten beginnen. Er is geen tijd te verliezen.”