Sport/Schaatsen

’Het huidige opleidingsmodel vind ik onder de maat’

Kramer roept op tot verandering

Sven Kramer: „Vroeger trainden wij bij Jong Oranje elke dag met de beste mannen en vrouwen van Nederland. Die stuwden elkaar naar grote hoogte.”

Sven Kramer: „Vroeger trainden wij bij Jong Oranje elke dag met de beste mannen en vrouwen van Nederland. Die stuwden elkaar naar grote hoogte.”

MATTY VAN WIJNBERGEN

HEERENVEEN - „Het huidige model vind ik waardeloos”, zegt de viervoudig olympisch kampioen klip en klaar. De eerste stap richting zijn doel is gezet door zijn coach Sicco Janmaat, die een Nederlands kampioenschap voor clubs heeft geïntroduceerd. Zaterdag wacht in schaatstempel Thialf de vuurdoop van dit nieuwe initiatief. „Het plan hierachter vind ik heel goed”, aldus Kramer, die zelf meedoet namens Hardrijders Club Heerenveen (HCH).

Sven Kramer: „Vroeger trainden wij bij Jong Oranje elke dag met de beste mannen en vrouwen van Nederland. Die stuwden elkaar naar grote hoogte.”

Sven Kramer: „Vroeger trainden wij bij Jong Oranje elke dag met de beste mannen en vrouwen van Nederland. Die stuwden elkaar naar grote hoogte.”

MATTY VAN WIJNBERGEN

De beste schaatser van Nederland is niet te spreken over het huidige opleidingstraject met regionale talentencentra (RTC). Net als veel andere schaatstoppers is ook Kramer groot geworden bij Jong Oranje. Dit was een ploeg met de beste talenten van het land die het hele seizoen gezamenlijk optrokken in Heerenveen. In 2014 is dit model komen te vervallen en vervangen door regionale trainingscentra, verspreid door heel Nederland. Hier kunnen de beste talenten per regio zich dichtbij huis ontwikkelen, zowel op sportief als maatschappelijk vlak.

„De eerste resultaten van dit initiatief zijn al zichtbaar”, vertelt Kramer. „Bij de junioren doen de meiden het heel goed, terwijl de jongens achter blijven qua prestaties. Het is niet zo moeilijk om daar een verklaring voor te bedenken. Vroeger trainden wij bij Jong Oranje elke dag met de beste mannen en vrouwen van Nederland. Die stuwden elkaar naar grote hoogte. Door die RTC wordt het talent versnipperd over meerdere centra. Per RTC heb je hooguit twee tot drie talentvolle jongens en die fietsen en schaatsen elke dag op kop voor de meiden. De meiden ontwikkelen zich daardoor in snel tempo, terwijl de jongens niet meer voldoende worden uitgedaagd. Ze zitten geïsoleerd in hun RTC.”

De mening van Kramer wordt gedeeld door zijn toonaangevende hoofdcoach bij Team Lotto-Jumbo, Jac Orie. Ook hij pleit al geruime tijd voor een terugkeer van het Jong Oranje-model. Sicco Janmaat, rechterhand van Orie binnen diens schaatsploeg, heeft inmiddels de handschoen opgepakt en een nieuw bijzonder toernooi op touw gezet, het Nederlands kampioenschap voor clubs, met Orie als ambassadeur. Hiermee wil Janmaat teruggaan naar de basis, aangezien elke topper ooit is begonnen bij een vereniging. Tijdens het NK strijden amateurs, junioren en olympisch kampioenen als Kramer en Ireen Wüst gezamenlijk om de titel Beste Club van Nederland.

„Het staat nu nog in de kinderschoenen, maar ik ben er heel enthousiast over”, vervolgt Kramer. „Als je voor verbetering wilt zorgen, moet je beginnen bij het begin. En dan kom je al snel uit bij de schaatsclub. Dat is waar de talenten vandaan komen, waar ze opgevoed en gescout worden. Ook sociaal gezien kan een vereniging heel belangrijk zijn. In zo’n groepsproces leer je wat normen en waarden zijn en creëer je verantwoordelijkheidsbesef en ambitie.”

Lees vandaag in de papieren editie van De Telegraaf het volledige interview met Sven Kramer en nog veel meer over de officiële opening van het schaatsseizoen.