Sport/Voetbal
2644851
Voetbal

Oud-international mist bundeling unieke talenten bij Oranje

Exclusief Van der Vaart: voor altijd de grote vier

Rafael van der Vaart

Rafael van der Vaart

Nederland kneep als voetbalnatie meer dan een decennium in de handen met de aanwezigheid van de ’grote vier’. Arjen Robben, Wesley Sneijder, Robin van Persie en Rafael van der Vaart gaven Oranje pure klasse. Komende week neemt de KNVB bij het Nederlands elftal officieel afscheid van de laatste. In het Deense Esbjerg voetbalt de liefhebber nog altijd door.

Rafael van der Vaart

Rafael van der Vaart

Op het trainingscomplex van Esbjerg Forenede Boldklubber heeft op de vroege zaterdagmorgen de afsluitende training voor de competitiewedstrijd van zondag plaats. Een opvallende gastspeler mengt zich in de rondo en vermaakt de Deense toeschouwers.

Damian van der Vaart (12) toont zijn vaardigheid en techniek. Aan het eind van de training laat hij met een serie vrije trappen ook nog zien over een prachtige rechtervoet te beschikken.

Held

Het handjevol supporters vindt het prachtig. „Normaal gesproken zou het ondenkbaar zijn dat zo’n mannetje hier op het veld staat. Maar hij is de zoon van Rafael, hè”, zegt de oudste van de fans. „Rafael is hier nog steeds een held. Ook voor de spelers.”

Onderweg naar huis vertelt Van der Vaart junior hoe leuk hij het in Esbjerg vindt. Zijn vader, die broodjes en ’gezonde shakes’ gaat halen, heeft hem de sleutel meegegeven en Damian wijst in het gemoedelijke havenstadje moeiteloos de weg. Vlakbij hun huis is een strandje en een beachclub, zegt hij. En hij kent de parken waar hij die middag weer gaat voetballen met zijn vader.

Het is het nieuwe voetbalgeluk van de man die hoogtijdagen kende in het Bernabeu-stadion, toen hij het shirt van Real Madrid droeg, en die met Oranje de WK-finale in Johannesburg haalde. Zijn carrière zat vol prachtige pieken. Ajax, HSV, Real, Tottenham, Oranje. Het slotstuk in Denemarken of de tweede periode bij HSV destijds, toen hij voor het eerst van zijn leven degradatievoetbal speelde, neemt hij op de koop toe.

Meer dan tweehonderd doelpunten maakte hij voor club en vaderland. Hij mag er trots op zijn, al loopt hij er nooit mee te koop. De meeste spitsen zouden er een moord voor doen. Maar wacht even, hoeveel middenvelders hebben dat aantal geproduceerd? Het is de categorie Frank Lampard en Steven Gerrard in Engeland waar je terechtkomt. Maar die droegen weer nooit het shirt van vier topclubs in Europa.

De ’grote vier’ bij Oranje. V.l.n.r. Wesley Sneijder, Rafael van der Vaart, Robin van Persie en Arjen Robben.

De ’grote vier’ bij Oranje. V.l.n.r. Wesley Sneijder, Rafael van der Vaart, Robin van Persie en Arjen Robben.

Van der Vaart heeft zichzelf nooit in de schijnwerpers gezet. Misschien had hij het tijdens de gouden jaren van zijn loopbaan juist wel moeten doen. Brutaler moeten zijn. „Ik was bescheiden, ben het nog steeds”, zegt hij. „Ik vind het nog altijd een enorme eer als mensen het over de ’grote vier’ hebben, die nu niet meer bij Oranje zijn. Al vind ik dat je er anderen mee tekortdoet.”

Hij peinst even, denkt na over de momenten die worden aangereikt met de big four en knikt dan bevestigend. „Ja, we hadden te maken met exceptioneel goede spelers, die het Nederlands elftal nu mist. Wij waren in die topjaren ook nog eens bepalend bij onze clubs. Robin bij Arsenal, Wesley bij Inter, Arjen bij Bayern, ik bij HSV.”

Ze namen dat goede gevoel bij hun club mee naar het Nederlands elftal. „We voelden alle vier dat we vertrouwen uitstraalden als we bij Oranje waren. En het is echt niet zo makkelijk, hoor. Hetzelfde te doen bij zowel je club als bij het Nederlands elftal. Misschien ben ik daar wel het meest trots op, dat wij dat alle vier konden.”

’We speelden puur vanuit ons talent en uit ons hart’

Hij kent zelf genoeg voorbeelden van voetballers die bij hun club de sterren van de hemel speelden, maar die in het shirt van hun land faalden. Ze zijn er nu ook, al wil Van der Vaart geen namen noemen. „Wij hadden er in elk geval geen last van. We speelden alle vier zonder spanning, puur vanuit ons talent en uit ons hart.”

De 109-voudig international grijpt terug naar het moment waarop Marco van Basten hen alle vier tegelijk aansprak. „We zaten met z’n vieren bij elkaar en Marco zei: ’Júllie moeten het doen voor Nederland. Nu en de komende jaren. Wij maken de meeste kans om interlands te winnen als júllie in vorm zijn’. En hij had gelijk, dat wisten wij.”

’Wij waren wel mannetjes, egootjes’

Van der Vaart gaat nog even door op dat gesprek met Van Basten. „Marco ging verder. ’Jullie moeten het samen doen, praat alsjeblieft ook met elkaar!’. Hij wist natuurlijk ook wel dat we soms níet met elkaar spraken. Ja joh, gewoon allemaal egootjes. Wij waren bij Oranje alle vier mannetjes. Iedereen van die vier vond zichzelf de beste.”

’Er waren incidenten, nooit grote ruzie'

Van der Vaart wil, na zoveel jaar, wel iets nuanceren ten aanzien van het kwartet. „Er zijn wel incidenten geweest, maar er is nooit grote ruzie onderling geweest. Misschien was er één op één af en toe wat aan de hand. Maar dat vond ik dan niet meer dan een ’dingetje’. Het voetbal overwon altijd.”

Van der Vaart zit nu op zijn praatstoel. Hij is even helemaal terug in de tijd dat de ’grote vier’, zoals ze zichzelf overigens nooit hebben genoemd, op het veld klikten. „Op het veld heb je die vriendschap niet nodig. Als de één er beter voor staat dan de ander, krijg je hem toch wel. Zo denkt een topvoetballer namelijk. Op het veld verdween bij ons alles.”

Louis van Gaal

Op een gegeven moment, vertelt de man die al in 2001 als 18-jarige mocht debuteren onder Louis van Gaal, voelden ze zich bijna onoverwinnelijk als ze met z’n vieren in het veld stonden. „Gingen we met Oranje naar landen als Hongarije in de kwalificatieperiode. We gingen dan niet om te winnen, maar om véél te winnen. Ik weet nog dat we thuis tegen Engeland speelden. Met de rust stonden we met 2-0 voor, maar geen van ons speelde die avond goed. In de rust was Van Marwijk hartstikke boos. In de tweede helft werd het nog minder en uiteindelijk speelden we met 2-2 gelijk. Moet je nagaan, dat was op een avond dat wij slecht speelden. Met zo’n resultaat zijn ze nu blij tegen Engeland.”

Van der Vaart met bondscoach Louis van Gaal

Van der Vaart met bondscoach Louis van Gaal

Hij geeft zelf toe dat ze alle vier ongekend ’aangeboren talent’ hadden en dat coaches hier en daar alleen moesten ’bijslijpen’. Er is geen ontwikkeltraject aan te pas gekomen. „Ik wilde in de jeugd alleen maar tegen de besten spelen. Daar werd ik beter van. Want ik voelde me de beste.” Hij schiet in de lach, voor het eerst een stukje onbescheidenheid. „Ja sorry, zo voelde ik dat.”

Van der Vaart ziet in deze periode op tv Van Persie in de Nederlandse competitie er nog ver bovenuit steken. „Hij hoeft maar 70 procent te zijn en hij is al beter dan al die anderen om hem heen. Even die aanname, even die beslissende bal. Het valt allemaal heel erg op omdat je het bijna niet meer ziet. Het is allemaal middelmaat.

Ik zat van de week naar FC Groningen te kijken. Vinden ze het gek dat de mensen niet meer naar het stadion komen? Je moet toch iets kunnen als profvoetballer en je wil toch iets laten zien in een stadion?”

WK in Zuid-Afrika

Van der Vaart zegt dat Van Persie, Sneijder, Robben en hijzelf elkaar ook nodig hadden. „Die extra kwaliteit, die we alle vier brachten, gaf het team energie. Dat merkten we. Tijdens het WK in Zuid-Afrika voelden we ons als team daardoor het beste van allemaal, tot in de finale toe. Ja, we verloren de finale, maar dat gevoel was er echt in de ploeg.”

Hij wil het allemaal niet romantiseren. Op zijn Van der Vaarts, nuchter en eerlijk: „Nee joh, onder die meer dan honderd interlands zaten ook veel baggerwedstrijden. En wij hadden die andere gasten net zo hard nodig, hè. Voor de balans had je een Van Bommel, een Heitinga en een Nigel de Jong in de ploeg. Een stel stilisten en een stel slopers. En Kuyt! Die kon je overal neerzetten. Die ging uiteindelijk mee in het passen en trappen met ons.”

In Esbjerg lijkt de gouden periode met Oranje, waarvan hij volgende week dus pas officieel afscheid neemt, een eeuwigheid weg. De liefhebber in hem zorgt dat hij daar, in Scandinavië, nog tegen een balletje trapt. Hij offert zich op voor zijn grote liefde Estavana, die in de hal pal naast het stadion van Esbjerg fB handbal speelt.

„Ik ben nog steeds bezig. Vandaag heb ik heerlijk getraind. Nee, het is niet meer wat het tien jaar geleden was. Dat heb ik allang geaccepteerd.” Hij speelt in een competitie waar bijna alles is gebaseerd op fitheid en fysieke kracht. Het kleine groepje supporters bij de training heeft die ochtend fijntjes onderstreept dat ze toch liever naar drie mooie passes van Van der Vaart kijken dan 90 minuten rennen en vliegen.

De middenvelder grijnst. „Zolang ik de bal neerleg waar ik hem wil hebben, blijf ik zo lang mogelijk voetballen.”