Sport/Wielrennen
3032907
Wielrennen

Gesink: ’Uit deze dienende rol haal ik misschien wel meer voldoening’

’Uit deze rol haal ik misschien wel meer voldoening’

Robert Gesink geniet op de fiets in Australië.

Robert Gesink geniet op de fiets in Australië.

ADELAIDE - Robert Gesink is een modelprof, fietsliefhebber en altijd wel in voor een geintje. Als ploegmaat Danny van Poppel over de extreme hitte in de Tour Down Under zegt dat de klimmers er waarschijnlijk meer last van hebben dan de sprinters, reageert hij gevat met een knipoog: „Omdat wij grotere aanstellers zijn zeker?”

Robert Gesink geniet op de fiets in Australië.

Robert Gesink geniet op de fiets in Australië.

De lach verdringt bij al zijn ploegmaten de afkeer van de broeierige warmte (dik 40 graden) naar de achtergrond. Het is de 32-jarige Gesink ten voeten uit, die weet dat humor een groot goed is. Zeker als je bedenkt wat hij in het verleden allemaal voor zijn kiezen heeft gekregen. Het overlijden van zijn vader door een fietsongeluk (2010) en zijn hartoperatie (2014) staan bovenaan een oneindig lijstje van leed.

Elke klap maakte hem sterker en maken dat ’bedrijfsongelukjes’ zoals vorig jaar, vallen in de categorie: ’de planning omgooien’. „Aan het begin van het seizoen maak je altijd een mooi schema. Dit is mijn dertiende jaar als prof, maar nog nooit is het me gelukt om volledig de planning aan te houden. Er gebeurt altijd wel iets, soms met jezelf, soms met een ander. Ik had me vorig jaar verheugd op het WK in Innsbruck, een pittig parcours dat mij goed lag. Maar het ging net even mis”, doelt hij op zijn typisch nuchtere wijze op de valpartij in augustus tijdens de training, waarbij hij een gebroken sleutelbeen en gebroken ribben opliep. „Als je zoals ik vorig jaar 32.000 kilometer fietst, gaat het af en toe wel een keertje mis.”

Het volgde op een Tour de France, waarin Gesink één van de uitblinkers was. Onvermoeibaar sleurde de Varssevelder zijn ploegmaten door de loodzware exercitie in Frankrijk. De klimmer van origine toonde meer dan ooit zijn veelzijdigheid, door eerst in de vlakke ritten als een bezetene op kop te rammen. De beloning: twee ritzeges van Dylan Groenewegen. Daarna was hij in de bergen van onschatbare waarde voor Steven Kruijswijk en Primoz Roglic, met als absoluut hoogtepunt de rit naar Laruns waarin hij met zijn sloopwerk het onbreekbaar geachte bastion van Team Sky tóch deed barsten. Roglic won die negentiende rit, om vervolgens als vierde in Parijs aan te komen. Kruijswijk prijkte op plek vijf.

„Daar kan ik van genieten. Uit deze andere dienende rol haal ik misschien wel meer voldoening dan uit mijn vierde en zesde plaats in de Tour. Die behaalde ik met controlerend rijden en volgen. Nu bepaalden we het koersverloop en waren we na Sky de beste ploeg. Ik kan ook veel meer genieten van het wielrennen op zich. Als klassementsman zat ik alle dagen met de stress van vooraan zitten en presteren. Aan de andere kant wil je het ook niet verkloten voor die mannen, al is dat wel een ander soort spanning, minder zwaar. Dat heb ik moeten leren, zo is het ook een proces om te genieten van het succes van anderen. Als je daar een bijdrage aan levert, geeft dat een heel goed gevoel.”

Hij kijkt in Australië al uit naar de rest van het seizoen en dan vooral naar de Giro d’Italia en Tour de France, waarin de renner van Jumbo-Visma als meesterknecht van respectievelijk Roglic en Kruijswijk fungeert. „Voor de Giro heeft Primoz aangegeven dat hij voor de zege gaat. Dan kan het niet zo zijn dat ik nog even een eigen agenda afwerk”, aldus de Achterhoeker, die weet dat er dan onder meer afgerekend moet worden met Tom Dumoulin. „Het is heel mooi voor de Nederlandse sport wat Dumoulin presteert, maar hij is ook een concurrent. Wij zijn er om de Giro te winnen. We hebben ook geen sprinter mee, alles is op Primoz afgestemd”, geeft hij een duidelijk signaal af naar Dumoulin.

Nee hoor, er is geen enkele vorm van sleur te bespeuren bij Gesink. Sterker nog, de liefde voor de fiets lijkt alleen maar groter. „In december zat ik 112 uur op de fiets, waar de planning eigenlijk 100 uur was. De drang om zelf nog uitslagen te rijden? Natuurlijk, die is er altijd. De Tirreno-Adriatico is zo’n moment, de voorjaarsklassiekers wat minder.” Gesink rijdt het drieluik Amstel Gold Race, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. „Ik heb daar een vrije rol en dan weet je het nooit. Toen ik in 2016 de Vuelta in dienst van Steven startte, won ik een rit en reed ik met nog een tweede en derde plek mijn beste Ronde van Spanje ooit. Ja, ik heb me voornamelijk toegelegd op een rol om in dienst van anderen te rijden, maar die bewijsdrang om zelf te winnen is nooit weg.”