Sport/Wielrennen
400479756
Wielrennen

UCI tegen KNWU: dopingzaak uit 2011 volgens regels afgehandeld

UTRECHT - De internationale wielrenunie UCI heeft de KNWU laten weten dat het in 2011 op de hoogte is gesteld van een dopingzaak met een Nederlandse renner. De zaak is toen volgens de UCI volgens de regels afgehandeld. Het dopinggeval kwam deze week pas naar buiten.

De renner die destijds was betrapt op gebruik van een verboden middel had met toenmalige directeur Huib Kloosterhuis, die in 2016 overleed, de afspraak gemaakt dat zijn naam niet bekend zou worden gemaakt. De KNWU kon in eerste instantie niet achterhalen of de UCI na de tuchtprocedure was ingelicht, iets wat wel gebruikelijk is. De Nederlandse bond nam daarop contact op met de internationale federatie en die liet na eigen onderzoek weten dat er destijds melding is gedaan.

In vertrouwen

De zaak kwam donderdag kort voor het digitale congres van de KNWU, waarop ook een nieuwe voorzitter zou worden gekozen, naar buiten. De afscheid nemende voorzitter Marcel Wintels wist naar eigen zeggen niet hoe de zaak destijds is afgehandeld door Kloosterhuis. Vanwege „zeer zwaarwegende, tragische familieomstandigheden” bij de betreffende renner had Kloosterhuis van twee hoofdbestuursleden van de KNWU toestemming gekregen om de zaak in vertrouwen af te handelen.

De betreffende renner, waarvan de naam bij de KNWU bekend is, besloot direct na zijn positieve test om te stoppen met wielrennen. „De zaak is bij de Dopingautoriteit, de mondiale anti-dopingorganisatie WADA en bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR) gemeld en deze instanties hebben de zaak anoniem gepubliceerd”, aldus de KNWU in een verklaring. „Er is destijds ook tucht gesproken. De renner in kwestie is voor twee jaar geschorst en heeft in die periode geen licentie ontvangen.”

Werkafspraak

De KNWU gaat nu contact leggen met de UCI, om de internationale federatie alsnog van informatie te voorzien over de dopingzaak. Voorzitter Herman Ram van de Dopingautoriteit laat weten destijds het mondiale antidopingbureau WADA te hebben ingelicht. „Zo is de werkafspraak: wij lichten WADA in, de nationale sportbond informeert zijn internationale organisatie”, aldus Ram. „Regelmatig komt die internationale bond daarna bij mij vragen om meer informatie. Dat is in dit geval niet gebeurd.”