Sport/Voetbal
526881032
Voetbal

Advocaat stuurt dagvaarding voetbalbond naar rechtbank

’KNVB moet Cambuur en De Graafschap laten promoveren’

De Graafschap-goalgetter Ralf Seuntjens.

De Graafschap-goalgetter Ralf Seuntjens.

AMSTERDAM - SC Cambuur en De Graafschap zijn de spoedprocedure gestart om alsnog promotie naar de Eredivisie af te dwingen.

De Graafschap-goalgetter Ralf Seuntjens.

De Graafschap-goalgetter Ralf Seuntjens.

Hun advocaat Dolf Segaar heeft de dagvaarding naar de rechtbank gestuurd. Als de zittingsdatum voor het kort geding bekend is, zal hij de KNVB dagvaarden. „Normaal is dat is ergens in de komende twee weken”, aldus de advocaat.

Twintig clubs

Inzet van het kort geding is allereerst de vernietiging van het huidige besluit om geen promotie en degradatie toe te passen in de afgebroken competitie. „We willen via de rechter gedaan krijgen dat de KNVB een besluit neemt waarbij Cambuur en De Graafschap wel promoveren”, zegt Segaar. Een Eredivisie met twintig clubs is dan het logische gevolg.

De advocaat hoopt eigenlijk dat een rechtsgang niet nodig is en probeert de clubs ook te helpen bij het beleggen van een ledenvergadering van de sectie betaald voetbal. Daar kunnen de clubs de bond bewegen een ander besluit te nemen. Als de KNVB niet zelf een ledenvergadering belegt, kan zo’n bijeenkomst er ook komen als minimaal vier clubs daartoe oproepen.

Alternatief

„Het zou mooi zijn als we in harmonie een uitkomst krijgen waarmee we recht doen aan Cambuur en De Graafschap. Als de KNVB niet zelf de vergadering belegt, wil ik proberen nog twee clubs te vinden die met ons meedoen. Die zijn er wel, denk ik. Wel is het van belang eerst een goed alternatief op te stellen wat in stemming kan worden gebracht. Daarmee voorkomen we dat het overleg uitmondt in een Poolse landdag.”

De KNVB heeft inmiddels in een mail aan de clubs uitgelegd hoe het onder meer tot het besluit kwam om de promotie- en degradatieregeling te laten vallen. Het bestuur betaald voetbal polste eerst de mening van alle clubs, voordat ze zelf een besluit nam. Zestien clubs waren voorstander van promotie en degradatie, negen verenigingen stemden tegen en negen andere clubs wilden geen stem uitbrengen. Voor het bestuur betaald voetbal was er daarmee geen sprake van een „zodanige meerderheid dat deze bepalend zou moeten zijn voor het nemen van een besluit.”