Sport/Wielrennen
702181160
Wielrennen

Teunissen ligt na gele trui hele nacht wakker

Mike Teunissen, op het podium,vlak voordat hij zijn gele trui krijgt.

Mike Teunissen, op het podium,vlak voordat hij zijn gele trui krijgt.

BRUSSEL - Geletruidrager Mike Teunissen heeft niet tot nauwelijks geslapen afgelopen nacht. „Ik had even schrik dat het op mijn benen zou slaan”, zegt hij zondagochtend, voorafgaand aan de ploegentijdrit in de Tour de France.

Mike Teunissen, op het podium,vlak voordat hij zijn gele trui krijgt.

Mike Teunissen, op het podium,vlak voordat hij zijn gele trui krijgt.

De Jumbo-Visma-renner trok vanochtend even op de fiets door Brussel, ín zijn gele trui. „Dat voelde lekker. Ik heb een beetje gelezen hier en daar en dan merk je langzaam wat het allemaal losmaakt. Het is hartstikke bijzonder, echt niet te beseffen eigenlijk.”

Hij vervolgt: „Alles wat er is gebeurd gaat door je hoofd heen. Ik zag het 1 uur worden, 2 uur, 3 uur. Op een gegeven moment was het 6 uur. Ik zal niet lang hebben geslapen vermoed ik. Het is teveel om te verwerken en als je ligt probeer je daarmee om te gaan, maar dat heeft tijd nodig. Je kop staat heel de nacht niet stil.”

Besef

Kan Teunissen met de geringe slaap wel presteren bij de ploegentijdrit vanmiddag? „Dat denk ik wel. De euforie zal in ieder geval flink helpen. Wel is de vraag hoe het met Dylan (Groenewegen, red) is. Hij voelt zich nog steeds niet top. Hopelijk kunnen we met z’n allen een mooie tijdrit rijden.”

Toch zal het volgens de geletruidrager geen ramp zijn als hij zijn tricot verliest. „Het was vantevoren wel het doel om het heel goed te doen deze tijdrit, maar het is even afwachten hoe Dylan zich voelt. We zijn niet teleurgesteld als we niet winnen, dan kunnen we nog steeds een mooie tijd neer gaan zetten.”

Maar óf hij de trui houdt, weet hij niet. „Tien seconden op Sagan is niet veel en heeft ook een aardige ploeg om zich heen. Maar ik zag het rijtje namen van Nederlanders die in de gele trui hebben gereden en dat is vrij imposant. Bizar om daartussen te staan. Dat pakken ze mij nooit meer af. Ik ga dat voorlopig nog niet beseffen denk ik.”