Sport/Wielrennen
735789500
Wielrennen

Anti-doping waarschuwt voor vis

Alberto Contador is een van de voorbeelden die bij de Tour in 2010 positief testte op clenbuterol.

Alberto Contador is een van de voorbeelden die bij de Tour in 2010 positief testte op clenbuterol.

NÎMES - Sporters lopen niet alleen het risico om positief te testen op clenbuterol in rundvlees, varkensvlees en kip uit China, ook vis uit Aziatische landen kan besmet zijn met dit middel dat de spiergroei stimuleert.

Alberto Contador is een van de voorbeelden die bij de Tour in 2010 positief testte op clenbuterol.

Alberto Contador is een van de voorbeelden die bij de Tour in 2010 positief testte op clenbuterol.

Dat stelt anti-doping consulent Douwe de Boer op de website CyclingOpinions. Clenbuterol staat op de dopinglijst omdat het een spierversterker en afslankmiddel is.

Sinds decennia wordt clenbuterol illegaal toegepast bij koeien en varkens om de spiergroei te verhogen en zo economische voordelen te behalen door meer vlees per dier te kweken. China en enkele andere landen in Azië zijn typische landen waar clenbuterol in de veefokkerij wordt gebruikt en kent een zwak beleid om dat te voorkomen.

Omdat resten van clenbuterol in vlees kunnen zitten, lopen sporters het risico om positief te zijn op sporen van dit middel. Het bekendste voorbeeld is Alberto Contador die in de Tour de France van 2010 volgens het WADA-lab in Keulen positief testte op 0,00000000005 gram per milliliter. Volgens Contador was er sprake van een vervuild voedingssupplement.

De Boer geeft aan dat het opvallend is dat in de statistieken van WADA het aantal positieve clenbuterol-gevallen in het laatste decennium in de tijd toeneemt, namelijk van 0,2‰ in 2004 tot 1‰ in 2017. „Deze toename is zeer waarschijnlijk eerder een gevolg van de inname van besmet vlees dan van een toename van actief misbruik van clenbuterol door sporters.”

De Nederlandse anti-dopingexpert, voorheen directeur van het WADA-lab in Lissabon, waarschuwt bovendien dat er niet alleen in koeien- en varkensvlees uit Azië sporen van clenbuterol aanwezig kunnen zijn, maar dat ook vis uit Azië besmet kan zijn. Naast vee heb veel Aziatische boeren ook visvijvers. De uitwerpsels en urine van het vee komen vaak in deze vijvers terecht, waardoor ook de vis besmet kan raken. „Dit gebeurt op veel grotere schaal dan wij inschatten”, benadrukt De Boer.

„De anti-dopingautoriteiten waarschuwen in China en enkele andere Aziatische landen aan topsporters om geen vlees te consumeren. Vis zou een veilig alternatief zijn waar geen sporen van clenbuterol in voorkomen. Dat blijkt helaas niet zo te zijn. Sterker, omdat China en andere Aziatische landen hun vis over de hele wereld exporteren, hoeft men niet eens in China te zijn om het risico te lopen positief te testen voor clenbuterol.”