Sport/Voetbal
80918166
Voetbal

’Matchfixing is na drugshandel de grootste business’

Het probleem rond matchfixing in de sport is veel groter dan de meeste mensen denken. Alleen de drugshandel in Zuid-Amerika is een lucratievere business.

Dat zei Theo van Seggelen, tot voor kort secretaris-generaal van de internationale spelersvoetbalvakbond FIFPro, maandag na afloop van de première Fixed in de bioscoop Pathé in Amsterdam. Die documentaire gaat over de verkochte vriendschappelijke wedstrijd tussen Bahrein en Togo in 2010.

„Dit is een zaak die in de vergetelheid is geraakt. De FIFA heeft z’n best gedaan dit te verdoezelen”, zei Van Seggelen verder. „Ik krijg weer enige hoop met de nieuwe leiding bij de FIFA. Maar ik heb mensen in het sectiebestuur meegemaakt die zeiden: Matchfixing? Wat is dat? Ik ben zo de zaal uitgelopen. Tot op de dag van vandaag is het zo dat in Oost-Europa voorzitters van clubs soms spelers 8 maanden lang niet betalen. Op een gegeven moment stapt zo’n voorzitter de kleedkamer in en zegt tegen de jongens: als jullie vandaag winnen, krijgen jullie 9 maanden en nog eens 2 maanden extra uitbetaald. De Chinese en Russische maffia spelen ook een grote rol.”

Op 7 september 2010 verloor een Togolees ’spookelftal’ een vriendschappelijke interland tegen Bahrein met 3-0. Een uitslag waarop in China enorme bedragen werden ingezet. De spelers van Togo bleken helemaal geen internationals te zijn. Ze waren gevraagd mee te doen door Wilson Raj Perumal, een veroordeelde Singaporese matchfixer. Hij werkte samen met zijn landgenoot en zakenman Dan Tan. De vier Nederlandse documentairemakers, onder wie bedenker Yves Kummer (oud-rugbyer), laten in de documentaire onder anderen Perumal aan het woord, net als de spelers die eenmalig voor Togo uitkwamen.

„Drie doelpunten waren nodig, daar ging het om”, zegt Perumal, die zich nog altijd van geen kwaad bewust lijkt. „Ik benaderde liever zwarte mensen, witte mensen hebben in de sport over het algemeen meer principes.” Het derde doelpunt in de wedstrijd viel al vrij vroeg, wat tot paniek leidde. Na wat telefoontjes naar de coach en overleg met de scheidsrechter, kwam het toch nog goed. De toenmalige assistent van het nationale team van Bahrein zegt in de documentaire: „Ik denk dat we in de tweede helft tien minuten zuivere speeltijd hebben gehad. De spelers van Togo lagen alleen maar op de grond. We hadden al vrij snel door dat het niet pluis was allemaal.”

De aanvoerder van het bij elkaar geraapte voetbalteam van Togo zegt dat hij, omgerekend, 300 euro kreeg. „Voor iemand die niets heeft is dat een flink bedrag.” De voetbalbond van Togo kwam de zaak pas later op het spoor. „De spelers die aan dit duel hebben deelgenomen, waren niet echt. We hebben helemaal geen ploeg naar Bahrein gestuurd. We kennen die voetballers niet”, zei interim-preses Seiyi Memene.

Het ministerie van Sport van Togo deed onderzoek en vroeg of de FIFA zich ook wilde buigen over deze opmerkelijke vorm van competitievervalsing. De wereldvoetbalbond deed er uiteindelijk nagenoeg niets mee.

Van Seggelen: „De FIFA heeft geen idee hoe dat in de praktijk werkt. En het gaat niet alleen om voetbal. Maar voetbal is een sport die over de hele wereld wordt gespeeld. In de sport sluit men de ogen voor dit geweldige probleem. Het is daarom goed dat de documentairemakers hier aandacht voor vragen.”